Hoofdtekst
Er zitten twee man te vissen bij een kanaal. En op een zeker moment horen ze een motorrijder aankomen. En die volgen ze zo aan de andere kant van het kanaal. Zegt die één tegen die [ander]: 'Dat gaat veel te hard', zegt-ie, 'dat redt-ie niet.' En het was schitterend mooi weer, prachtig weer. Zonnetje scheen. Hij zegt: 'Dat redt-ie niet', zegt -ie, 'dat gaat veel te hard.' En inderdaad. De motorrijder mist de bocht en die komt in het kanaal terecht. Die komt niet weer boven. Zegt die één tegen die ander...hij zegt: 'Ja, ik moet er toch wel even in, want hij redt 't niet.' Dus schoenen uit, broek uit, en hij duikt er in. Staat de vent op de kant, en begint met mond-op-mond. Hij zegt: 'Gatverdarrie,' zegt-ie, 'wat stinkt die vent uit z'n mond'. Zegt die ander: 'Stop maar. Dit is 'm niet. Deze heeft nog schaatsen onder.' [lacht]
Beschrijving
Twee vissers zien een motorrijder in het kanaal rijden, die niet meer boven water komt. Eén van de mannen duikt er in, en begint met mond-op-mond beademing. De man zegt dat de man uit zijn mond stinkt. De ander zegt daarop dat hij kan stoppen. De dode man is een ander. Deze heeft nog schaatsen aan.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Commentaar
11 april 2007
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21