Hoofdtekst
Wel wil ik vertellen, wat ik gehoord heb van mensen, die er waarde aan hechten; aan dierengeluiden bijvoorbeeld.
Indertijd had mijn broer te 2e Exloërmond een hond met kar. Daarmee bracht hij de waren naar de klanten.
Zo moest hij ook eens naar het Moeras met een nieuwe hond voor de kar.
Het beest was nog wat onwennig en jankte daarom telkens. Vooral als mijn broer lang in huis was bij de mensen.
Daar komt hij dan met de korf bij een paar ouwe lui. Als hij de deur open doet, ziet hij de man handenwringend in de kamer staan. De man groet niet, maar kermt: “Oo, oo, oo!”
Mijn broer begrijpt er niets van. Hij loopt door naar de keuken en daar staat de vrouw te “jeuzeln.”
“O, wat is ’t wat!”
Dan vraagt mijn broer:
“Wat is hier toch aan de hand? Is er iemand ziek?”
“Man,” zeggen ze dan, “hoor je hem niet?”
“Wie of wat moet ik horen?”
“Nou man, die hond toch van jou. Hij jankt al maar door en kijkt deze kant op. Nu gaot een van ons beiden dood.”
“Welnee,’” zegt mijn broer, “Ik heb een nieuwe hond en die moet nog wat wennen. Maak je maar geen zorgen.”
Zo probeerde hij de oude lui wat gerust te stellen, hoewel het hem niet gemakkelijk viel. Want honde-gejank, dat voorspelde iets ergs. Dat is nu ongeveer vijftig jaar geleden.
Het is misschien nog maar tien jaar geleden dat sommige mensen in Buinen de eksters wegjoegen, als ze schreeuwden. Om precies dezelfde reden.
Onderwerp
SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Moeras   
Naam Locatie in Tekst
2e Exloërmond   
Tweede Exloërmond   
Buinen   
Plaats van Handelen
2e Exloërmond   
Tweede Exloërmond   
Buinen   
Kloekenummer in tekst
G033a   
G012z   
