Hoofdtekst
DV: Maar het verhaal [van de onderaardse gangen] blijft hardnekkig. Inderdaad, men heeft het altijd nog over zo, van: 'Maar loopt het niet door, en kan er niet nog verder onderzoek gedaan worden? He, die gouden stoel moet er toch nog zijn.' Ennuh ...
RK: Wat is die gouden stoel dan?
DV: Nou, dat is de stoel van de abt hè. Want kijk, dat kloosterleven is op het laatst natuurlijk aardig uit de hand gelopen. Aanvankelijk zijn die mensen natuurlijk heel streng in de leer geweest. Zeer streng zelfs. Hè, die Cisterciënzerkloosterlingen. Maar die eh ... dat is in de loop van de eeuwen veranderd, want dat klooster werd ontzettend rijk [...]. Dus ja, wat gebeurt er dan, dan hoeft er maar een abt te zijn die maar een beetje zwak in het vel zit ennuh [lacht], die denkt: 'Kom, laten we eens wat leuks aanschaffen voor dat klooster!' In de zin van gouden vaatwerk, en luxueuze schilderijen en dat soort dingen. En dat loopt natuurlijk aardig uit de hand. En vandaar die gouden stoel van de abt die daar natuurlijk bij zou horen. En ja, dat is natuurlijk een kostbaarheid waarvan men dan zegt ... tjeetje, toen het hier misliep, in de Tachtigjarige Oorlog, dat iedereen strijd met iedereen voerde, eh, 'wij moeten wat kostbaarheden redden,' en vandaar dat hardnekkige verhaal van die gouden stoel. Maar waar wij ook hoop op hadden, en Van Giffen ook, denk ik, dat men een deel van de bibliotheek zou hebben gered ... en verborgen zou hebben. Dat is nooit bewezen en nooit iets van teruggevonden.
RK: Was dat ook een verhaal, dat dat er ook zou zijn?
DV: Dat is ook een verhaal wat bij die gouden stoel hoort, als het ware. dat die monniken dachten: 'Oh jee, we worden aangevallen. Wij hebben hier een schitterende bibliotheek,' he, de bibliotheek moet beroemd geweest zijn. [...]
RK: Wat is die gouden stoel dan?
DV: Nou, dat is de stoel van de abt hè. Want kijk, dat kloosterleven is op het laatst natuurlijk aardig uit de hand gelopen. Aanvankelijk zijn die mensen natuurlijk heel streng in de leer geweest. Zeer streng zelfs. Hè, die Cisterciënzerkloosterlingen. Maar die eh ... dat is in de loop van de eeuwen veranderd, want dat klooster werd ontzettend rijk [...]. Dus ja, wat gebeurt er dan, dan hoeft er maar een abt te zijn die maar een beetje zwak in het vel zit ennuh [lacht], die denkt: 'Kom, laten we eens wat leuks aanschaffen voor dat klooster!' In de zin van gouden vaatwerk, en luxueuze schilderijen en dat soort dingen. En dat loopt natuurlijk aardig uit de hand. En vandaar die gouden stoel van de abt die daar natuurlijk bij zou horen. En ja, dat is natuurlijk een kostbaarheid waarvan men dan zegt ... tjeetje, toen het hier misliep, in de Tachtigjarige Oorlog, dat iedereen strijd met iedereen voerde, eh, 'wij moeten wat kostbaarheden redden,' en vandaar dat hardnekkige verhaal van die gouden stoel. Maar waar wij ook hoop op hadden, en Van Giffen ook, denk ik, dat men een deel van de bibliotheek zou hebben gered ... en verborgen zou hebben. Dat is nooit bewezen en nooit iets van teruggevonden.
RK: Was dat ook een verhaal, dat dat er ook zou zijn?
DV: Dat is ook een verhaal wat bij die gouden stoel hoort, als het ware. dat die monniken dachten: 'Oh jee, we worden aangevallen. Wij hebben hier een schitterende bibliotheek,' he, de bibliotheek moet beroemd geweest zijn. [...]
Onderwerp
SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.   
Beschrijving
Over onderaardse gangen, gouden voorwerpen en bibliotheek van het klooster.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname.
Naam Overig in Tekst
Van Giffen   
Tachtigjarige Oorlog   
Cisterciënzer   
Plaats van Handelen
Aduard   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
