Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WEV003401

Een sage (mondeling), zaterdag 05 januari 1963

Hoofdtekst

konden vertellen, zijn er meest niet meer. Iets weet ik nog van de overlevering.
Het zal zo’n zestig geleden zijn.
Op de Blekslage woonde de familie T.
’s Zondagsavonds gingen de jongens naar ’t wicht, en kwamen in de regel niet zo erg vroeg ‘thuis.
Nu is ’t op een keer gebeurd, dat een van de knapen naar huis kwam en toen zag hij nog licht op in de kamer.
Dat vond hij vreemd; z’n ouders nog op? Hij gaat naar binnen; het licht is nu uit en de ouwelui liggen in bed.
“Zijn jullie net onder de wol”, vraagt hij nog.
“Neen, we liggen er al lang onder.”
“Ik zag zopas anders nog licht branden.”
“Onmogelijk, het licht heeft niet gebrand.”
Een poosje later komt de oudste thuis. Ook hij ziet een lampje branden in het achterkamertje.
Thuisgekomen, moet ook hij ontdekken dat het bedrog is geweest.
Maar --- enkele weken later sterft er een klein broertje. De kist wordt in het kamertje gezet. Een lampje wordt er ’s nachts bij geplaatst.
En dat lichtje nu hadden de beide broers gezien. Want later is het er nooit weer geweest. De jongste van de twee woont nu nog in hetzelfde huis.

Onderwerp

SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.    SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   

Beschrijving

's Nachts branden van licht in een kamer is voorteken van de dood van een kind enkele weken later; bij doodkist in dezelfde kamer staat een lamp.

Bron

Collectie Wever, verslag 34, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

T.    T.   

Naam Locatie in Tekst

Onstwedde    Onstwedde   

Blekslage    Blekslage   

Plaats van Handelen

Blekslage    Blekslage   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21