Hoofdtekst
Tussen Heeze en Sterksel ligt de Kapellerput, 'n ven in ovale vorm met vrij hoge oevers. Lang geleden stond daar 'n kasteel met 'n kapel, die 'n onderaardse gang hadden naar 'n ander kasteel. Toen de jonkvrouwen, die het bewoonden, bedreigd werden door roofridders, vluchtten ze in de kapel. Toen de roofridders daar ook in kwamen, zakte de kapel in de grond; erboven vormde zich 'n meer. Op sommige avonden kan men de klokken der kapel daar nog horen luiden.
zo heeft verteller het gehoord van zijn moeder. Jaren geleden heeft hij er zelf een verhaal rond gefantaseerd en dat opgestuurd aan 'n regionale krant, die 't ook plaatste. Zoals ik 't boven weergegeven heb is het autenthiek.
zo heeft verteller het gehoord van zijn moeder. Jaren geleden heeft hij er zelf een verhaal rond gefantaseerd en dat opgestuurd aan 'n regionale krant, die 't ook plaatste. Zoals ik 't boven weergegeven heb is het autenthiek.
Onderwerp
SINSAG 1141 - Das versunkene Schloss. Schlechter Ritter von der Erde verschluckt.   
SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.   
Beschrijving
Ontstaan van ven door verzinken van kapel nadat roofridders kasteel met die kapel hebben ingenomen.
Bron
Collectie Kusters, verslag 8, verhaal 6 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Kapellerput   
Naam Locatie in Tekst
Heeze   
Sterksel   
Plaats van Handelen
Heeze   
Sterksel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
