Hoofdtekst
Daar zag ik een meisje in den moeshof staan
Ik kwam eens door Reek geloopen
Daar was een meisje aan 't kelen stropen.
In Herpen, daar zijn ze wel slim genoeg,
Daar spannen ze de vrôlie maar voor den ploeg.
Langel ligt zoo kort bij Ravestein,
En anders zou Langel ook niet veel zijn.
Velp, dat is er een arm land,
's Winters in 't water, 's zomers in 't zand.
De Milsche boeren die zijn er zoo lomp,
Die loopen de vrôlie de schulp van de klomp.
Wanrooi ligt er zoo kort bij 't broek
En daarom is 't maar een schooiershoek.
De Zeelandsche boeren die zijn er zoo stout,
Ze verkoopen de turf en ze stelen het hout.
(Van Miert, 507-508)
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Reek   
Milse   
Zeelandse   
Naam Locatie in Tekst
Schaijk   
Schaaik   
Schaik   
Herpen   
Langel   
Ravestein   
Velp   
Mil   
Wanrooi   
Plaats van Handelen
Schaijk (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L150p   
