Hoofdtekst
(Corn. III, 210)
2. Op een aan den Baron D'Overschie te Brussel toebehoorend perceel hooiland, sectie C, no. 134, groot 2 bund. 13 v.r., 20 v.ell., gelegen onder de gem. Maashees, nabij de zoogenaamde Molenbeek, de rivier de Maas, en het Staaische veer, heeft vroeger een kasteel gestaan, waarvan de grachten en fondamenten nog aanwezig zijn, in hetwelk, zoo men zegt, geld zoude gemunt zijn, en wel op zoogenaamde vierlingen (of oortjes), waarvan, en van de daarnevens loopende beek, de naam van het dorp zijnen oorsprong zoude ontleenen. Hoe dit ook zij de overblijfselen van een groot gebouw bestaan werkelijk, ook draagt een daaraan grenzend perceel den naam van 't Beekeroortje, welke perceel vroeger leenroerig was te Grave, doch nimmer is er, voor zoo ver men weet, dusdanig geld alhier in omloop geweest. Ook vervalt de geheele veronderstelling dat hier geld zoude gemunt zijn geweest, als men weet, dat dit dorp vroeger niet VIERLINGSBEEK heeft geheten maar VEEN, terwijl het blijkens een charter van 1405 VENLINGSBEEK genoemd werd.
(Van der Aa, XI, 684)
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Baron D'Overschie   
Maashees   
Staaische   
Beekeroortje   
Venlingsbeek   
Naam Locatie in Tekst
Vierlingsbeek   
Brussel   
Molenbeek   
Maas   
Grave   
Veen   
Plaats van Handelen
Vierlingsbeek (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L190p   
