Hoofdtekst
Op zekere tijd gebeurde het dat iedere nacht een meermin aan kwam vliegen die op de toren van de kerk ging zitten, welke naar Sint Lobbetje heette, en daar zong:
Zevenbergen sal vergaen
En Lobbetjes toren blijven staan.
Iedereen hoorde dit lied, maar niemand trok zich er iets van aan of liet daardoor zijn overmoed varen. Toen kon God het niet meer aanzien, en op een nacht stak er een afschuwelijk onweer op met storm en regen en nog nooit gehoorde donderslagen rolden over Zevenbergen. De stad zonk in een oogopslag onder, behalve de kerk, die bleef staan en staat er nog steeds, zoals de meermin gezongen had. Op de plaats van de stad strekte zich een breed water uit. Vaak zouden vissers, die daar voeren, de gouden daken van Zevenbergen hebben zien blinken; niemand waagde zich echter in de geheimzinnige diepte.
(vrij naar Wolf 1843: 607-608)
Onderwerp
SINSAG 1145 - Die untergegangene Stadt; versinkt wegen des Übermutes der Bewohner.   
SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Sint Lobbetje   
Lobbetjes   
God   
Naam Locatie in Tekst
Zevenbergen   
Dordrecht   
Plaats van Handelen
Zevenbergen (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K155p   
