Hoofdtekst
1:18:53
Er zitten een Duitser [Belg?], een Fransoos en een eh Nederlander, die zijn samen aan het trekken door een of ander land heen. Die komen bij een herberg uit. En die herberg[ier] zo van: ‘Ja he, sorry, geen plek meer. Ik heb echt geen plek meer.’ Zegt-ie: ‘Ja, we moeten hier slapen, het volgende hotel is 150 kilometer verderop, daar komen we nooit.’ Zegt-ie: ‘Ja ik heb hier een zolder staan,’ zegt die herbergier. Ja, er zitten wat, wat exotische bedden die achter zijn gelaten door wat rare mensen. Van mijn part mag je daar op slapen.’ Dus ze gaan met z’n [het] drietal naar boven. Ja, en die kijken daar wat voor bedden dat zijn. Er liggen drie bedden. Spijkerbed, rooie mierenbed, en luchtbed. En die Belg meteen: ‘Ja, ja, ik lig op het luchtbed!’ Is goed. En die Fransoos: ‘Ja..mmm…rooie mierenbed, nee, dat beweegt een beetje, geef mij het spijkerbed maar.’ En die Nederlander zegt: ‘Ja er blijf er maar eentje over. Rooie mierenbed is voor mij.’ Dus die gaan er op liggen en de volgende dag, de herbergier gaat vragen. [imiteert Vlaams] En die Belg [herbergier?]: ‘Belg, hoe hebt gij geslapen he?’ En die zegt van: [imiteert Vlaams] ‘Ja, is klote. Het stopke was uit, en het bed leeggelopen hè, een beetje op de grond geslapen.’ Hij zegt: ‘Ja, is kut, maar maakt niks uit.’ En die Fransoos: ‘Hoe hebt e gij geslapen?’ Geen antwoord. ‘Hé, hoe hebt e gij geslapen?’ Geen antwoord. Helemaal dood hè, door die spijkers heen gezakt. En eh, komt-ie bij die Nederlander aan. ‘Hé, hoe hebt e gij geslapen?’ ‘Een beetje rottig, een beetje… gewoon op de grond geslapen.’ ‘Hoe komt dat?’ ‘Ja, ik had één mier dood gemept, en de rest is naar een [de?] begrafenis.’
Er zitten een Duitser [Belg?], een Fransoos en een eh Nederlander, die zijn samen aan het trekken door een of ander land heen. Die komen bij een herberg uit. En die herberg[ier] zo van: ‘Ja he, sorry, geen plek meer. Ik heb echt geen plek meer.’ Zegt-ie: ‘Ja, we moeten hier slapen, het volgende hotel is 150 kilometer verderop, daar komen we nooit.’ Zegt-ie: ‘Ja ik heb hier een zolder staan,’ zegt die herbergier. Ja, er zitten wat, wat exotische bedden die achter zijn gelaten door wat rare mensen. Van mijn part mag je daar op slapen.’ Dus ze gaan met z’n [het] drietal naar boven. Ja, en die kijken daar wat voor bedden dat zijn. Er liggen drie bedden. Spijkerbed, rooie mierenbed, en luchtbed. En die Belg meteen: ‘Ja, ja, ik lig op het luchtbed!’ Is goed. En die Fransoos: ‘Ja..mmm…rooie mierenbed, nee, dat beweegt een beetje, geef mij het spijkerbed maar.’ En die Nederlander zegt: ‘Ja er blijf er maar eentje over. Rooie mierenbed is voor mij.’ Dus die gaan er op liggen en de volgende dag, de herbergier gaat vragen. [imiteert Vlaams] En die Belg [herbergier?]: ‘Belg, hoe hebt gij geslapen he?’ En die zegt van: [imiteert Vlaams] ‘Ja, is klote. Het stopke was uit, en het bed leeggelopen hè, een beetje op de grond geslapen.’ Hij zegt: ‘Ja, is kut, maar maakt niks uit.’ En die Fransoos: ‘Hoe hebt e gij geslapen?’ Geen antwoord. ‘Hé, hoe hebt e gij geslapen?’ Geen antwoord. Helemaal dood hè, door die spijkers heen gezakt. En eh, komt-ie bij die Nederlander aan. ‘Hé, hoe hebt e gij geslapen?’ ‘Een beetje rottig, een beetje… gewoon op de grond geslapen.’ ‘Hoe komt dat?’ ‘Ja, ik had één mier dood gemept, en de rest is naar een [de?] begrafenis.’
Beschrijving
Een Belg, Fransoos en Nederlander zijn op reis. Ze willen overnachten, maar de herbergier heeft geen plaatsen meer. Ze mogen uiteindelijk toch slapen op exotische bedden. De herbergier heeft een luchtbed, spijkerbed en rode-mierenbed. De Belg kiest het luchtbed en wordt wakker met rugpijn, omdat het dopje is losgegaan. De Fransoos kiest het spijkerbed, wordt niet meer wakker en sterft. De Nederlander kiest het mierenbed. Na het doodslaan van één mier heeft hij op de grond geslapen: de andere mieren gingen daarop naar de begrafenis van het diertje.
Bron
Letterlijk afschrift van mp3-opname op de cruiseboot de Crown Jewel in de haven van Luxor, Egypte, na een 'galabia'-verkleedfeest.
Commentaar
31 juli 2007
I.v.m. de buitengewone locatie van de optekening is aan het verhaal het kloekkenummer gekoppeld van de woonplaats van de verteller, Eindhoven.
Naam Overig in Tekst
Fransoos   
Belg   
Nederlander   
Naam Locatie in Tekst
Eindhoven   
Noord-Brabant   
Luxor   
Egypte   
Frankrijk   
België   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
