Hoofdtekst
No. 16. In de omgeving van Leende woonden de aardmannekes in de heuvels op de heide. Vroeger kwamen ze in sommige huizen 's nachts werken, zoodat in den vroegen morgen het brood gebakken, de vloer geschuurd en het graan gedorscht was. De menschen geloofden dat de kabouters altijd door de schouw naar binnen kwamen, en door die opening ook weer vertrokken. Er werd in die huizen ook steeds de een of andere spijs voor hen klaargezet, die ze dan na het werk opaten. Op zekeren dag had een boer klompen met leer "onderslagen"; dien avond mengde hij de kabouter-pap met stukjes leer aan, en ging 's nachts luisteren, naar wat de mannekes er wel van zouden zeggen. Toen hoord hij voor het eerst een kabouterstem en verstond "het is taaie fikkefak!" *). Deze grap namen de kabouters niet kwalijk op, ze kwamen trouw arbeiden, alsof er niets gebeurd was. Hun hulpvaardigheid ging zelfs zoo ver, dat ze ongemerkt kleine kinderen uit de wieg meenamen naar hun onderaardsch verblijf, om ze daar, als 't noodig was, te bakeren en te verzorgen. Later brachten ze de kinderen weer naar hun ouders terug. 8).
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Er wordt verteld dat in Leende de kabouters 's nachts door de schouw kwamen om de boeren met hun werk te helpen. Vaak werd er dan iets te eten neergezet. Een boer uit Leende maakte op een dag de kabouterpap met leer aan en ging luisteren of de kabouters er iets van zouden zeggen. Ze namen de boer deze grap niet kwalijk en gingen gewoon verder met hun arbeid. Hun hulpvaardigheid ging zelfs zo ver dat ze kinderen uit de wieg namen om met de verzorging te helpen.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 20.
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): I. Mythologische Sagen: De Daemonen der vier elementen: A. Aardgeesten: 1. Dwergen.
*) Dit is ook te Luiksgestel gebeurd.
8) BRON: Panken. Brab. S. No. 12, 15-16, 27-37.
Ter verg.: Dienstvaardigheid. (No. 7 - 19). v. d. Bergh, N. Myth., 121. Kemp, Limb. S., 119-122. Wolf, N. S. No. 206, 208, 209, 211, 474-481; D. M. u. S., No. 66, 68, 73. de Cock's Teirl., No. 167, 168, 171, 176. de Cock, VI. S. No. 194. de Mont's de Cock, VI. vert. 326-330. Stroobrant, Lég. et Cout. 8, 19. Ons Volksl. I, 66 vlg.; II, 53; IX, 160 vlg. Hagelander, IV, 10. Volk en Taal, III, 89. 't Daghet, VIII, 69 vlg. Sébillot, I, 230-231, 457-460; II, 30-31, 43; III, 351. Grimm, D. Myth., 424 vlg. Tallooze sagen in geheel Duitschland.
oneetbare kost voortgezet. (No. 16, 18, 20, 21). Kemp, Limb. S., 123 Sébillot, I, 459-460. Driem, Bladen, IV, 71.
wisselkinderen (No. 16). v. d. Bergh, N. Myth., 6-7. Kemp, Limb. S., 122. Sébillot, I, 457; II, 124. Mac Leod, Wind and Wave, 190-211. Grim, D. No. 256), in Groningen aan de wizzelheks (Huizinga, 31-32), in Frankrijk aan de feeën. (Sébillot, I, 457).
*) Dit is ook te Luiksgestel gebeurd.
8) BRON: Panken. Brab. S. No. 12, 15-16, 27-37.
Ter verg.: Dienstvaardigheid. (No. 7 - 19). v. d. Bergh, N. Myth., 121. Kemp, Limb. S., 119-122. Wolf, N. S. No. 206, 208, 209, 211, 474-481; D. M. u. S., No. 66, 68, 73. de Cock's Teirl., No. 167, 168, 171, 176. de Cock, VI. S. No. 194. de Mont's de Cock, VI. vert. 326-330. Stroobrant, Lég. et Cout. 8, 19. Ons Volksl. I, 66 vlg.; II, 53; IX, 160 vlg. Hagelander, IV, 10. Volk en Taal, III, 89. 't Daghet, VIII, 69 vlg. Sébillot, I, 230-231, 457-460; II, 30-31, 43; III, 351. Grimm, D. Myth., 424 vlg. Tallooze sagen in geheel Duitschland.
oneetbare kost voortgezet. (No. 16, 18, 20, 21). Kemp, Limb. S., 123 Sébillot, I, 459-460. Driem, Bladen, IV, 71.
wisselkinderen (No. 16). v. d. Bergh, N. Myth., 6-7. Kemp, Limb. S., 122. Sébillot, I, 457; II, 124. Mac Leod, Wind and Wave, 190-211. Grim, D. No. 256), in Groningen aan de wizzelheks (Huizinga, 31-32), in Frankrijk aan de feeën. (Sébillot, I, 457).
Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)
Naam Locatie in Tekst
Leende   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
