Hoofdtekst
Nauw verwant aan de aardmannetjes, zijn de alven of elfen, oorspronkelijk geesten van afgestorvenen. 13). Holle, de doodsgodin, is hun koningin. De "witten" herinneren aan de faireys der Keltische landen; en bij haspelend kaboutervrouwtje zal menigeen denken aan de spinnende witte juffers. (zie no. 94-97.) De sagengebieden zijn niet door grenssteenen afgebakend, en wat Bethe 14) van sage en sprookje zei "aber trotz dieser richtig beobachteten Verschiedenheit von Sage und Märchen, führen doch Fäden von diesem zu ihr hinüber, viele Fäden, unzählige, ja so dicht sind sie gesponnen, dasz einem bange wird um die Scheidung", geldt nog in veel grooter mate voor deze gebieden.
Beschrijving
Grens tussen sagengebieden, maar ook tussen sagen en sprookjes is niet scherp.
Bron
J.R.W. Sinninghe. Noord-Brabantsch Sagenboek. Zutphen: Thieme & Cie., [1933]. p. 28
Commentaar
[1933]
I. Mythologische Sagen: De Daemonen der vier elementen: A. Aardgeesten: 1. Dwergen.
13) BRON: Zie Prof. L. Knappert's studie "Over de Elven" in Tijdspiegel, 1898.
14) BRON: Hessische Blätter für Volkskunde, IV, 1905.
Door de notulist opgevat als apart verhaal. In het boek heeft dit verhaal geen eigen nummering. Het is een soort uitleg over de sagen, geschreven door J. R. W. Sinninghe (de auteur).
13) BRON: Zie Prof. L. Knappert's studie "Over de Elven" in Tijdspiegel, 1898.
14) BRON: Hessische Blätter für Volkskunde, IV, 1905.
Door de notulist opgevat als apart verhaal. In het boek heeft dit verhaal geen eigen nummering. Het is een soort uitleg over de sagen, geschreven door J. R. W. Sinninghe (de auteur).
Naam Overig in Tekst
Keltische   
Bethe   
Naam Locatie in Tekst
Holle   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
