Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG046

Een sage (boek), 1933

Hoofdtekst

I. Mythologische Sagen: De Daemonen der vier elementen: C. Vuurgeesten: 2. Vuurman.
No. 46.
Als de gure herfstwind in donkere avonden over de heidevelden raast, dan gebeurt het soms dat de gloeige man door de lucht rijdt.
Dan strijkt hij neer op de daken der hoefkes en geeselt de schoorsteenen met vurige kettingen.
Wee u dan, als gij of uwe voorouders dan landmeter omgekocht hebben, om uw aangelog kleiner te meten als het inderdaad is.
Want dan kan het geschieden dat uw schoorsteen wordt stukgegeeseld, zoodat het puin door de wijde schouw op den vuurherd valt.
Dan word de vuurhaal gloeiend en zal voortaan vonken spatten als er den moespot aan te koken hangt.
Menig oog is blindgebrand door dien vonkenregen.
Soms komt de gloeige man zelfs in 't woonhuis.
Zorg dan, dat ge het bedgerei in uw slaapkoets goed over uw voorhoofd trekt.
Want anders kan het zijn, dat hij u een brandmerk slaat met zijn vurige ketting.
Ja, het is gebeurd dat hij iemand, die nieuwsgierig naar hem keek, de ketting in de hand drukte en hem beval in zijn hemd het aangelog op te meten, net zoo lang tot de ware grootte gevonden was.
Aan de verbrande vingers kan men dan ten eeuwigen dage den grondschelm kennen.
Vroeger kwam dat vaak voor, maar thans hoort men er niet meer van.
Weet gij niet hoe die plaag uit het land verdwenen is?
Nou dan zal ik het u eens vertellen.
Op zekeren keer gebeurde het dat de gloeige man per abuis bij den pastoor door de schouw kwam.
Toen deze het gerammel van de ketting op den steenen vloer hoorde, stond hij doodbedaard op, greep zijn brevier, sloeg zijn stool om, prevelde een gebed en zette de huisdeur wagenwijd open. Onmiddelijk verdween de gloeige man door het deurgat in den donkeren nacht.
Een felle lichtstreep over de heide wees den weg van den vluchteling in de richting van de Peel.
De grijze pastoor volgde die lichtstreep. De grond was warm door het sleepen der vurige ketting van Satan.
Omstreeks middernacht vond de gloeige man zijn weg versperd door het Zoemeer. *)
Hier achterhaalde hem de pastoor.
Deze sprak: "Satan, ik heb lang gewacht op het oogenblik om U te ontmoeten. Ik wil niet langer dat gij de menschen straft voor de zonden der voorouders. Daarom gebied ik U met Uw gloeiende wagen en ketting te storten in dit bodemloos meer, en alzoo voor goed ter helle te varen."
Sindsdien komt de gloeige man niet weer.
's Morgens vond men de pastoor dood in zijn leuningstoel zitten.
De vermoeidheid van de Peelreis was te groot geweest voor den zwakken priester.
Nog jaren nadien kwamen de menschen uit wijde omgeving bidden op het graf van hun grooten weldoener.
Elken winter bloeien er witte leliën op zijn graf omtrent den dag dat hij stierf.
Van dien tijd af bruischt en schuimt het meer, zooals het schuimde en bruiste toen de hellegloed van den wagen en de kettingen van Satan in de bedding doofden. 1)

Onderwerp

SINSAG 0201 - Feuermann zwingt Bauern (und ihre Nachkommen) das zugeeignete Land aufs neue zu messen    SINSAG 0201 - Feuermann zwingt Bauern (und ihre Nachkommen) das zugeeignete Land aufs neue zu messen   

Beschrijving

Met een gebed verdrijft een pastoor de vuurman, achtervolgt hem, en kan hem om middernacht gebieden om zijn gloeiende wagen en ketting in een bodemloos meer te storten, waarmee ook de vuurman verdwijnt.



Bron

J. R. W. Sinninghe. Noord-Brabantsch Sagenboek. Zutphen: Thieme [1933]. p. 39-41

Commentaar

*) Ongeveer op de Limburgsche grens, thans onder Helenaveen.
Ter verg.: vuurman-valsche landmeter. (no. 46). Schrijnen, N. Volksk. I, 106; Drentsche Volksalm. 1845, blz. 232; Huizenga, Gr. Volkverh. 58-59; Wolf, N. S. No. 440; v. d. bergh, N. Myth., 211-212; Teenstra, Volksverh., 122-130; Handwörterb. II, 1406-1411 (Feuermann); III, 1157-1158 (Grenzfrehler).

Naam Overig in Tekst

Satan    Satan   

Naam Locatie in Tekst

Zoemeer    Zoemeer   

De Peel    De Peel   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20