Hoofdtekst
6:36
En ook nog van verhalen die ik had bij...dat vond ik toen wel mooi want die heb ik niet eerder verteld, toen-ie ook nog bij ons thuis in die eh, nou...ze woonden op eh, ja...wij woonden pas eh, toen vroeger in het huis toen was ik er nog niet, dat was in '56, woonden in, in, in Dussen daarzo 't was. Toen kwam-ie [Bartje Poep] bij vader en moeder kwam-ie op bezoek en toen had-ie een lekken band. Maar hij moest op de fiets weer, moest-ie weg, en toen had-ie de fiets geleend van mijn vader. Maar mijn vader was een stuk langer dan 'm. En toen zegt-ie: 'Ja, hoe moet ik dat nou versieren?' Maar verder ook bij ons hadden bij...na iedere drie, vier kilometer hadden een fietsenmaker die dan, ja, van alles ook zo deed om fietsen te maken. In een dorp zaten er wel vier of vijf die mensen, als dat kapot was, om dat te maken. En toen ging-ie naar Piet Koops. En dat was zo mooi...mee...die, ook in Dussen hoor...die nog heel veel verteld...toen kwam-ie bij die fietsenmaker, toen zegt-ie: 'Ja, ik zit met een probleem. Ik kan wel op het zadel zitten, maar ik ken niet bij de trappers.' Toen zegt die Piet: 'Ja maar Bart, dat is toch niet moeilijk. Dan maak ik het zadel los, en dan zet ik dat zadel een beetje naar beneeën.' Dus [...] ja die man, en die draait het zadel los en die begon ineens dat zadel naar beneden te dauwen, toen zegt-ie: 'Ho, ho, ho met dat zadel!' Toen zegt die fietsenmaker: 'Ja, waarom moet ik stoppen?' Hij zegt: 'Als gij zo verder gaat met dat zadel naar beneden te dauwen, dan raken dalijk de trappers de grond.'
En ook nog van verhalen die ik had bij...dat vond ik toen wel mooi want die heb ik niet eerder verteld, toen-ie ook nog bij ons thuis in die eh, nou...ze woonden op eh, ja...wij woonden pas eh, toen vroeger in het huis toen was ik er nog niet, dat was in '56, woonden in, in, in Dussen daarzo 't was. Toen kwam-ie [Bartje Poep] bij vader en moeder kwam-ie op bezoek en toen had-ie een lekken band. Maar hij moest op de fiets weer, moest-ie weg, en toen had-ie de fiets geleend van mijn vader. Maar mijn vader was een stuk langer dan 'm. En toen zegt-ie: 'Ja, hoe moet ik dat nou versieren?' Maar verder ook bij ons hadden bij...na iedere drie, vier kilometer hadden een fietsenmaker die dan, ja, van alles ook zo deed om fietsen te maken. In een dorp zaten er wel vier of vijf die mensen, als dat kapot was, om dat te maken. En toen ging-ie naar Piet Koops. En dat was zo mooi...mee...die, ook in Dussen hoor...die nog heel veel verteld...toen kwam-ie bij die fietsenmaker, toen zegt-ie: 'Ja, ik zit met een probleem. Ik kan wel op het zadel zitten, maar ik ken niet bij de trappers.' Toen zegt die Piet: 'Ja maar Bart, dat is toch niet moeilijk. Dan maak ik het zadel los, en dan zet ik dat zadel een beetje naar beneeën.' Dus [...] ja die man, en die draait het zadel los en die begon ineens dat zadel naar beneden te dauwen, toen zegt-ie: 'Ho, ho, ho met dat zadel!' Toen zegt die fietsenmaker: 'Ja, waarom moet ik stoppen?' Hij zegt: 'Als gij zo verder gaat met dat zadel naar beneden te dauwen, dan raken dalijk de trappers de grond.'
Beschrijving
Bartje Poep gaat op bezoek bij zijn zoon in Dussen. Hij heeft een lekke band en gaat daarop naar fietsenmaker Piet Koops en leent de fiets van zijn zoon, die langer is. De fietsenmaker zet het zadel naar beneden maar Bartje roept dat hij moet stoppen omdat anders de trappers de grond zullen raken.
Bron
Letterlijk afschrift van wav-opname; Woudrichem_thVersteeg18juli2007.wav.
Commentaar
18 juli 2007
Naam Overig in Tekst
Bartje Poep   
Bart Poep   
Bart Versteeg   
Piet Koops   
Naam Locatie in Tekst
Dussen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
