Hoofdtekst
Het verdronken land van Saeftinge
Men weet dat het land van Saeftinge in vroeger dagen het rijkste land van de wereld was.
Het ging er door, bijna op dezelfde manier als dat het geval was te Stavoren, in de grijze oudheid.
De boeren waren niet tevreden met een gewoon ijzeren hoefbeslag voor hun paarden, wel nee, dat moest van goud zijn.
Waar hoor, het echte, weeke, geelglinsterende goud sloegen die boeren onder de hoeven van hun groote zware Belgische paarden.
Niet alleen liepen de paarden er op gouden hoefijzers, maar ook het toom bestond uit klinkklaar goud. Waar andere boeren een bit van ijzer in de bekken van de paarden schuiven, na dit glimmend gepoetst te hebben, lieten zij gouden bitten maken.
Alles moest blinken en schitteren aan hun groote dikke peerden en al dat geflonker en geschitter moest van goud komen.
En hun verdere manier van doen was navenant.
Het waren gewoonweg verwaande kwasten, die boeren uit het land van Saeftinge. Ze overbluften nu letterlijk iedereen en alles met hun klinkende blinkende rijksdaalders. De hoogmoed spoot hen de oogen uit en de krop zwol hen met de dag hooger.
Maar de straf bleef niet uit.
O nee, in zulke gevallen laat de straf nooit op zich wachten.
Het mag dan vroeger gebeuren of later maar eens komt het.
Op een donkere, stormruwe nacht verzwolg de zee het gansche land van Saeftinge met al wat er op en er in was.
Weg trotsche boeren, weg hoogmoed, weg verwaande protserigheid, weg dikke vette sterke peerden, weg gouden hoefijzers, weg land, alles weg.
Alleen de herinnering bleef en de zee houdt die levend.
Men weet dat het land van Saeftinge in vroeger dagen het rijkste land van de wereld was.
Het ging er door, bijna op dezelfde manier als dat het geval was te Stavoren, in de grijze oudheid.
De boeren waren niet tevreden met een gewoon ijzeren hoefbeslag voor hun paarden, wel nee, dat moest van goud zijn.
Waar hoor, het echte, weeke, geelglinsterende goud sloegen die boeren onder de hoeven van hun groote zware Belgische paarden.
Niet alleen liepen de paarden er op gouden hoefijzers, maar ook het toom bestond uit klinkklaar goud. Waar andere boeren een bit van ijzer in de bekken van de paarden schuiven, na dit glimmend gepoetst te hebben, lieten zij gouden bitten maken.
Alles moest blinken en schitteren aan hun groote dikke peerden en al dat geflonker en geschitter moest van goud komen.
En hun verdere manier van doen was navenant.
Het waren gewoonweg verwaande kwasten, die boeren uit het land van Saeftinge. Ze overbluften nu letterlijk iedereen en alles met hun klinkende blinkende rijksdaalders. De hoogmoed spoot hen de oogen uit en de krop zwol hen met de dag hooger.
Maar de straf bleef niet uit.
O nee, in zulke gevallen laat de straf nooit op zich wachten.
Het mag dan vroeger gebeuren of later maar eens komt het.
Op een donkere, stormruwe nacht verzwolg de zee het gansche land van Saeftinge met al wat er op en er in was.
Weg trotsche boeren, weg hoogmoed, weg verwaande protserigheid, weg dikke vette sterke peerden, weg gouden hoefijzers, weg land, alles weg.
Alleen de herinnering bleef en de zee houdt die levend.
Beschrijving
Het land van Saeftinge was vroeger het rijkste land van de wereld. Alles was er van goud, zelfs de hoefijzers en bitten van de paarden. Men dacht dat de rijkdom nooit over zou gaan en de mensen werden hoogmoedig. Tot die stormruwe nacht waarin het hele land van Saeftinge werd verzwolgen.
Bron
Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 27-28.
Commentaar
1934
Naam Overig in Tekst
Saeftinge   
Belgische   
Naam Locatie in Tekst
Stavoren   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
