Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG065

Een sage (boek), 1933

Hoofdtekst

No. 65. Op de Biezenkuilen onder Zeelst woonde voor eenige jaren een boer, die eens in een stikdonkeren avond in de deur van zijn woning door onzichtbare handen werd opgetild en meegevoerd. Hij hoorde plots vlak naast hem een stem, die zei: "over heg en struik". Op 't zelfde oogenblik voelde hij den grond onder zijn voeten wijken, en vooruit ging 't in vliegende vaart. Nauwelijks was hij eenige tellen onderweg, of hij stootte met zijn voet tegen "het spit" van den toren van "het Slot" te Zeelst, Klein-Eindhoven (Klein-Erreve) geheeten.
Hoelang hij door de lucht werd gevoerd, wist hij niet te vertellen; maar toen hij weer vasten grond onder de voeten kreeg, stond hij, moederziel alleen, in de Oirschotse duinen. Het was nog nacht, maar onze vriend kende de streek heel goed. Toch kwam hij meer dan eens voor een der vele vennen in de heide uit, dan moest hij weer een omweg maken. Eindelijk, met zonsopgang bereikte hij den grooten weg.
Toen hij 't Slot voorbij kwam en naar 't torentje keek, mompelde hij: "doar hè 'k te nacht mè men voet teige geschupt", en de haren gingen hem staal op z'n kop staan.
Als hij naderhand zijn wedervaren vertelde - wat hij maar al te graag deed - dan zei hij, nog altijd blij te zijn, dat hem zoo iets was overkomen, maar 'n tweede maal, neen, dat voor heel Zeelst nog niet.
Hij had meer van zulke gevallen gehoord, soms ging het ook, zooals de stem vooraf waarschuwde, door heg en struik. En dan moest 't maar vooruit, recht vooruit; zonder bulten, blauwe plekken, schrammen en kleerscheuren kwam je d'r niet af. Wie 't hem gelapt hadden? Dat wist hij niet en gezien had hij ook niets, maar 't waren vast en zeker de bokkenrijders geweest.

Onderwerp

TM 3114 - De Bokkenrijders    TM 3114 - De Bokkenrijders   

Beschrijving

Op de Biezenkuilen, onder Zeelst woonde een boer. Op een donkere avond werd hij door onzichtbare handen de lucht in getild. Tegelijkertijd hoorde hij een stem die zei: "over heg en struik". Hij vloog over Zeelst heen en werd weer neergezet in de Oirschotse Duinen. De boer is ervan overtuigd dat het de bokkenrijders geweest zijn.

Bron

Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 51-52.

Commentaar

[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): I. Mythologische Sagen: De Daemonen der vier elementen: D. Luchtgeesten: 2. Bokkenrijders.

Bronnen:
2) Cuypers in N. Br. Almanak, 1890, blz. 256-257.

Ter verg.: Welters, Limb. S., II, 82-98. Kemp, Limb. S., 32. Wolf, N. S., No. 436. Panken, Br. S., No. 41. de Cock's Teirl., No. 734. Teirlinck, Folkl. Flam., 131-132. Ons Volksl. IV, 117. Taxandria (Thurnhout), 1907, blz. 98.
De Bokkenrijders; en SINSAG 0542 Von unsichtbaren Händen aufgenommen

Naam Overig in Tekst

Biezenkuilen    Biezenkuilen   

Klein-Eindhoven    Klein-Eindhoven   

Klein-Erreve    Klein-Erreve   

Naam Locatie in Tekst

Zeelst    Zeelst   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20