Hoofdtekst
Vroeger werden veel kwartels gevangen. Op het gehucht Hoeven, onder Someren, dicht bij Varsel, had iemand daarvoor 'n netje gespannen tussen de lage haver. Kwartels zijn trekvogels, men ving ze in de broeitijd door de roep van het vrouwke na te bootsen. 't Manneke kwam daarop af, dan ging het netje dicht en werd vastgemaakt aan de broeksband van de vogelvanger. De jongen trok naar huis op den Heikant maar onderweg riep 'n kwartel vanuit het veld "Jèn Jan sló nog us". De gevangen kwartel antwoordde: 't is hier van ge sló want ik zit al laang in Marte-Ja-Koente-zekske" Marte Jan Kuite. Van schrik liet de jongen de vogel vrij.
In aansluiting daarmee herinner ik me de uitdrukking: "in Bartele-Ja-Koente Zekske" die oude tantes van mij (geboren rond 1850) soms gebruikten. Ze bedoelden daarmee 'n veilige bergplaats, 'n plaats waar iets verstopt werd; soms ook hun bed om aan te geven dat ze 't daar veilig en goed hadden.
In aansluiting daarmee herinner ik me de uitdrukking: "in Bartele-Ja-Koente Zekske" die oude tantes van mij (geboren rond 1850) soms gebruikten. Ze bedoelden daarmee 'n veilige bergplaats, 'n plaats waar iets verstopt werd; soms ook hun bed om aan te geven dat ze 't daar veilig en goed hadden.
Beschrijving
Gevangen kwartel geeft aan dat hij in een zak zit. Schrik bij vogelvanger die de vogel vrijlaat.
Bron
Collectie Kusters, verslag 24, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Marte Jan Kuite   
Marte-Ja-Koente   
Jan   
Naam Locatie in Tekst
Hoeven   
Someren   
Varsel   
Heikant   
Plaats van Handelen
Someren   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
