Hoofdtekst
Op zekeren nacht kwam iemand langs de Zandkuilen, waar sinds jaren een eikenbosch staat. Daar zag hij het beest! Angstig loopt hij naar Willem Schippers, in de Broekstraat. Hij klopt zijn vriend uit bed, en vraagt hem mee te gaan; die had er wel ooren naar, maar toen ze bij de Zandkuilen kwamen, was er niets te zien, waarop Willem weer naar huis ging. Daar verscheen de spookhond weer en bleef hem tot bij zijn woning vergezellen, waar het de straat overstak. Terzelfdertijd ontstond een geweldige beweging in de eikenboomen aan de overzij.
Goris Hendriks en Francis Daris die er samen wel op uitgingen om otters en bunsings te vangen, kwamen op een avond van het Loo. Goris, die met den helm geboren was, zag toen dichtbij het Kappelleboomke een heel groote hond op hen afkomen. Francis zag niets, en dat was een geluk voor den hond, want hij had zijn mes al getrokken, om het dier te steken. Daarom nam de hond een andere richting, hij ging langs den straatweg, terwijl zij het kerkpad volgden.
Arnold van der Meyden die met zijn buurman 's avonds een wandeling deed, zag het spook bij den eikenwal, waar het zijn schuilplaats had. 't Was een grijze hond, zonder pooten *), die over den grond zweefde. Zij volgden het tot aan de eerste huizen van het dorp, waar het den Molenweg insloeg. 1)
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Bronnen:
*) de avondnevel lag op de velden.
1) Panken, Br. S., No. 20, 22, 54, 60.
Ter verg.: Spokende honden. (No. 99-102). v. d. Bergh, N. Myth., 210-212. Kemp, Limb. S., 202-203. Handwörterb., IV. 484-487. Huizenga, Gr. Volksverh., 43-44, 57-58, 60, 64-65. ter Laan, Gr. Overl., 32, 113-115. Zie ook No. 40, 116.
Naam Overig in Tekst
Willem Schippers   
Zandkuilen   
Goris Hendriks   
Francis Daris   
Arnold van der Meyden   
Kapelleboomke   
Naam Locatie in Tekst
Bergeik   
Broekstraat   
Loo   
Molenweg   
