Hoofdtekst
No. 193. Om zich niet te verslapen voor de Kerstmis blijven velen den nacht tevoren op. Vroeger gebeurde dat "doorhaauwe" vaak in de herberg, al werd er ook tegen gewaarschuwd. In Zeelst - ouden van dagen kunnen u man en paard noemen - zaten dien nacht drie doorhaauwers om de tafel, in afwachting dat de vierde hand zou opdagen, want ze wilden een partijtje maken. Maar die liet op zich wachten; ze hadden daar niet op gerekend, dus vloekten ze alle duivels uit de hel. Opeens komt een reiziger binnen en zet zich mee aan de tafel. Kon het niet beter treffen? De vreemdeling zei dat hij graag een kaartje legde. Ze begonnen te spelen en merkten niet eens dat de tijd omvloog. De klok slaat 't vijfde uur. De plechtige mis begint in de helder verlichte dorpskerk. In de gelagkamer speelt inmiddels het viertal voort. " 't Kan nu toch niet meer helpen", zegt de vreemdeling, "de mis is half uit. Kom geef maar rond; er komen vandaag nog missen genoeg." De spelers voelden wel dat ze verkeerd handelden, maar niemand was mans genoeg om de herberg te verlaten. Toch wilde het spel niet vlotten. de hand, die de kaarten hield, beefde. Daar valt een kaart op den grond. de speler bukt onder de tafel, tast in 't donker over den vloer, en vat een ruigen paardenpoot. De gedachte, dat 't den lijfelijken duivel is, die met hem op dit verheven uur aan de kaarttafel zit, werpt hem bewusteloos op den grond. De twee anderen zitten stijf en stom van schrik. En de vreemde? Hij was spoorloos verdwenen. Een verstikkende zwavelreuk vulde het vertrek. Geen van het drietal wist later te vertellen, hoe zij thuis gekomen waren, maar nooit namen ze het kaartspel meer op in de Kerstnacht. 2)
Onderwerp
SINSAG 0904 - Der vierte Mann. Teufel als Kartenspieler erkannt am Bocksfuss (Pferdefuss).   
Beschrijving
In de Kerstnacht zaten drie mannen in de herberg te wachten op een vierde hand, zodat ze een partijtje kaart konden spelen. Ze moesten heel lang wachten en begonnen te vloeken. Plotseling stond er een reiziger in de herberg en die wilde wel meedoen. Het bleek later de duivel in eigen persoon te zijn. Het drietal miste niet alleen de Kerstmis, maar waren ook heel bang geworden en durfden nooit meer te kaarten in de Kerstnacht.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 135-136.
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): I. Duivelsagen; 1. Duivel als Mensch.
Bronnen:
2) Cuypers in Tijdschrift voor N. Br. Gesch., III, 71-72.
Bronnen:
2) Cuypers in Tijdschrift voor N. Br. Gesch., III, 71-72.
Der vierte Mann. Teufel als Kartenspieler erkannt am Bocksfuss (Pferdefuss).
Naam Overig in Tekst
Kerstmis   
Kerstnacht   
Naam Locatie in Tekst
Zeelst   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
