Hoofdtekst
No. 197. Een kolenbrander, die in 't Mastbosch te Ginneken woonde, had zeven vreemdelingen, die van den baan naar Breda waren afgedwaald, en 's nachts bij zijn hut hadden aangeklopt, vermoord. De achtste ontkwam en ijlde naar de stad, naar de heeren van den gerechte. Het proces was kort; voor den moordenaar werd bij zijn hut een galg opgericht. Hij bleef echter ontkennen. Nog toen hij onder de galg stond, zwoer hij een vreeselijken eed: "Als ik 't gedaan heb, mogen de dooden tegen mij getuigen en de duivel mij meevoeren naar de eeuwigheid." En zie, daar opende zich de aarde. Zeven gebalde vuisten staken uit den grond op. Zoo ontstonden de Zeven Heuveltjes. Een pekzwarte hond vloog uit de bosschen, greep hem aan en voerde hem mee naar de eeuwigheid - door het Eeuwige Laantje. 2)
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Een kolenbrander uit Ginneken had zeven vreemdelingen vermoord. Hij werd veroordeeld tot ophanging, maar bleef ontkennen. Hij zei dat als hij het gedaan had, de doden tegen hem mochten getuigen en de duivel hem mocht meevoeren naar de eeuwigheid. Dit gebeurde ook. De zeven doden staken hun vuist uit de grond en zo ontstonden de Zeven Heuveltjes.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 141.
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): II. Duivelsagen; 2. Duivel als hond.
Bronnen:
2) Mededeling Henri 't Sas.
Bronnen:
2) Mededeling Henri 't Sas.
Andere Begegnungen mit dem Teufel. & TM 2601 Hoe het dorp (de stad, heuvel, het stuk land) aan z'n naam is gekomen
Naam Overig in Tekst
Ginneken   
Zeven Heuveltjes   
Eeuwige Laantje   
Naam Locatie in Tekst
Mastbosch   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
