Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG218

Een legende (boek), 1933

Hoofdtekst

No. 218. Toen de Brunenstein, de burcht van Breda, gebouwd was, bleef er een hout over, dat den timmerman nergens voor kon gebruiken, hoewel 't was, "dat beste dat noyt wies in 't lant", want voor een kolom was het te kort, en te lang voor een blok, en te recht voor een korbeel en voor een polsstok te klein. En heer Godevaert zei:

"Meester soe maect daer af een cruys,
Wi en hebben gheen in onse capelle."

Dit deed de meester. En het kruis werd in de kapel gebracht, en boven het altaar gesteld, daar stond het tot dat het kasteel werd verwoest; maar het kruis had geen schade geleden. Die van Breda vroegen en verkregen toen van den hertog dat kruis, hetwelk zij plaatsten in de parochiekerk "met groter feeste ende met sanghe".

"Hondert jaer of alsoe langhe,
Sont dat cruce aldaer ter stede,
Daer het meneghe scone miracule dede.
Daer na in een wynderich weder,
Viel die kerke lancs ter neder,
Op enen sente Pauwels dach: *)
Te Breda was groot hant gheslach,
Daer bleven goede lieden in doot,
Maer 't heylighe cruys had ghenen noot,
En was ghebroken, noch ghespleten.

"Nu wil ic u voert doen weten,
Van enen mirakel, diet heeft ghedaen,
Een meester smit was opghestaen
Voer den daghe, ende soude gaen smeden:
Syn wyf was op ende soude gaen kneden:
Met luder stemmen riep si: "Hille,
Staet op, ghi soudt gaen wenden 't mout."
"Moeder, Hilleken is al cout,"
Sprac dat kint, dat bi haer sliep.
Anderwerf dat knechtken riep:
"Moeder, Hilleken is al doet."
Die vrouwe met der haeste scoet
Voer 't bedde, daer dat kint op lach,
Ende doe die vrouwe haer kint besach,
Seide si: "Heinric, gaet ter dore,
Wect op alle onse ghebuere,
Ende doetse comen met groter haeste."
Doen quamen die daer woenden naeste.
Ende dreven groot misbaer:
Doen quam noch een vrouwe daer:
Als die 't kint wilde besien,
Si seyde: "nu valt op u knien
Alle die syn binnen den huys.
Ende roept ghenade aen 't heylighe cruys,
Wenende ogen, wringhender hande,
Ende belovet uwe offerande
Den heyligen cruce na uwe vermoghen,
't Heylige cruce sal u verhooghen,
Ende verbliden in corter tyt:
Het heeft soe meneghen mensche verblyt,
Die aen hem riep in synre noot."
Doen saghen sie een plecsken bloot,
Den kinde op sine wanghe staen.
Het sprac ende hadde lijf ontvaen,
Dat dede die cracht van onsen here,
Die wil, dat men den cruce ere,
In die ere den cruce vrone,
Dit was een miracule scone. 2)


Beschrijving

Na de bouw van Brunenstein, de burcht van Breda, bleef er hout over waar een kruis van gemaakt werd. Het kruis werd in het kasteel gezet en bleef daar totdat het kasteel verwoest was. Het kruis was nog steeds heel en werd toen in de parochiekerk van Breda gezet. Ook nu weer was het kruis onverwoestbaar, zelfs toen de parochiekerk instortte bleef het kruis heel. Behalve deze onverwoestbaarheid verrichte het kruis ook wonderen. Zo liet hij bijvoorbeeld bloed verschijnen op de wang van een net gestorven kind, om te laten zien dat de ziel van het kindje in de hemel was ontvangen.

Bron

Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 157-160.

Commentaar

[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): III. Legenden of Christelijke Sagen; 1. Ons' Heere Legenden; b. Kruislegenden.

Bron:
2) Ms. Afgedrukt bij Hermans, Gesch. Mengelw. II, 213-242. Wonderen van het H. Kruis die in het ms. achter de legende volgen, zijn te vinden bij Hermans, Bijdragen, II, 323 vlg. Zie ook Dr. L. Wirth, Het Heilige Kruis en de Denensage te Breda. (Groningen 1893).
*) 15 januari 1457.


Naam Overig in Tekst

Brunenstein    Brunenstein   

Godevaert    Godevaert   

Pauwels    Pauwels   

Hilleken    Hilleken   

Heinric    Heinric   

Naam Locatie in Tekst

Breda    Breda   

Hille    Hille   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20