Hoofdtekst
Meer dan één inwoner van Soeren wist mij iets te verhalen
van den Jufferboom. In dien boom, zóó hol dat er wel een
man rechtop in staan kon, was van onderen een groote
opening.
Wanneer men 's nachts in het bosch kwam, kon men daar
een lichtje zien branden en hoorde men de Juffer in den
boom spinnen. Ook zag men wel een zwarten hond met
vurige oogen in den omtrek ronddolen of hoorde men in
den boom kloppen.
Op een Zaterdagavond, het was uitbetaling van loon
geweest, ging een arbeider van Soeren naar Apeldoorn om
winkelwaar te halen. In Soeren was toen nog geen enkele
winkel, en men ging bij voorkeur des avonds naar
Apeldoorn om zijn inkoopen te doen, wijl men overdag
daartoe den tijd miste.
De arbeider hield zich wat langer in Apeldoorn op dan zijn
plan was, hij bleef er wat plakken in een herberg, en toen
het gesprek daar over de Witte Vrouw van Soeren liep, liet
hij zich op zeer ongepaste wijze snoeverig over haar uit.
Het zou hem duur te staan komen. -
Het was reeds middernacht toen hij op weg ging naar huis,
waar zijn vrouw hem al uren lang zat te wachten.
De Soerensche weg was donker, heel donker, zooals het er
nog wel zijn kan in sterrenlooze nachten, en men alleen aan
de lichtstreep boven tusschen de boomtoppen de richting van den weg kan houden.
Hij stapte een uur lang stevig door en
hoorde geen ander geluid dan dat zijner
eigen schreden. Dicht bij den Jufferboom
gekomen, zag hij eerst den zwarten hond,
met oogen als lichtende vuurbollen, geluidloos in het bosch
verdwijnen. Plotseling voelde hij een paar geduchte
klappen om zijn ooren. Hij zag niets, hij hoorde niets, tastte
met zijn stevige knuisten om zich heen, maar greep in het
ledige, terwijl hij intusschen zoo'n geweldig pak ransel
kreeg, dat hij over den weg voortduizelde.
Geheel ontdaan en bleek als een doode
kwam hij eindelijk thuis, waar zijne vrouw
hem bij de laatste gloeiing van den haard
in den grootsten angst zat te wachten.
van den Jufferboom. In dien boom, zóó hol dat er wel een
man rechtop in staan kon, was van onderen een groote
opening.
Wanneer men 's nachts in het bosch kwam, kon men daar
een lichtje zien branden en hoorde men de Juffer in den
boom spinnen. Ook zag men wel een zwarten hond met
vurige oogen in den omtrek ronddolen of hoorde men in
den boom kloppen.
Op een Zaterdagavond, het was uitbetaling van loon
geweest, ging een arbeider van Soeren naar Apeldoorn om
winkelwaar te halen. In Soeren was toen nog geen enkele
winkel, en men ging bij voorkeur des avonds naar
Apeldoorn om zijn inkoopen te doen, wijl men overdag
daartoe den tijd miste.
De arbeider hield zich wat langer in Apeldoorn op dan zijn
plan was, hij bleef er wat plakken in een herberg, en toen
het gesprek daar over de Witte Vrouw van Soeren liep, liet
hij zich op zeer ongepaste wijze snoeverig over haar uit.
Het zou hem duur te staan komen. -
Het was reeds middernacht toen hij op weg ging naar huis,
waar zijn vrouw hem al uren lang zat te wachten.
De Soerensche weg was donker, heel donker, zooals het er
nog wel zijn kan in sterrenlooze nachten, en men alleen aan
de lichtstreep boven tusschen de boomtoppen de richting van den weg kan houden.
Hij stapte een uur lang stevig door en
hoorde geen ander geluid dan dat zijner
eigen schreden. Dicht bij den Jufferboom
gekomen, zag hij eerst den zwarten hond,
met oogen als lichtende vuurbollen, geluidloos in het bosch
verdwijnen. Plotseling voelde hij een paar geduchte
klappen om zijn ooren. Hij zag niets, hij hoorde niets, tastte
met zijn stevige knuisten om zich heen, maar greep in het
ledige, terwijl hij intusschen zoo'n geweldig pak ransel
kreeg, dat hij over den weg voortduizelde.
Geheel ontdaan en bleek als een doode
kwam hij eindelijk thuis, waar zijne vrouw
hem bij de laatste gloeiing van den haard
in den grootsten angst zat te wachten.
Onderwerp
SINSAG 0304 - Verspottete Weisse Frau rächt sich
  
Beschrijving
Als men 's nachts in het bos bij Hoog Soeren kwam kon men een licht zien branden in de Jufferboom, waar de Juffer zat te spinnen. Ook werd er wel een zwarte hand met vurige ogen gezien, en hoorde men geklop in de boom.
Een arbeider die uit Soeren naar Apeldoorn was gegaan liet zich in een herberg negatief over de Juffer uit. Toen hij 's nachts naar huis ging zag hij bij de Jufferboom de zwarte hond. Vervolgens werd hij geslagen door onzichtbare krachten. Doodsbang kwam hij thuis.
Een arbeider die uit Soeren naar Apeldoorn was gegaan liet zich in een herberg negatief over de Juffer uit. Toen hij 's nachts naar huis ging zag hij bij de Jufferboom de zwarte hond. Vervolgens werd hij geslagen door onzichtbare krachten. Doodsbang kwam hij thuis.
Bron
Gust. van de Wall Perné. 1968. Veluwsche Sagen. Arnhem: Gysbers & Van Loon. [Fotografische herdruk van Veluwsche Sagen 1 en 2 uit 1917, Amsterdam: Scheltens en Giltay]. pp. 38-42.
Commentaar
Enkele verdere vertellingen omtrent de Jufferboom zijn opgenomen onder de volgende nummers: WALLPERNE_VELUW_04, WALLPERNE_VELUW_06, WALLPERNE_VELUW_07.
Verspottete Weisse Frau rächt sich & SINSAG 0302 Weisse Frau spinnt im Baum (am Hügel)
Naam Overig in Tekst
Soeren   
Hoog Soeren   
Jufferboom   
Witte Juffer   
Juffer   
Naam Locatie in Tekst
Apeldoorn   
Soerense Weg   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
