Hoofdtekst
Zeeuwsch kinderrijmpje
Schippertje oudt er je toutertje vast,
Dat je niet in de kaaie valt;
Al in de kaaie daar lag een sloot,
Daar waren twee arme schippertjes dood.
Die wouen gaan varen naar Bresjes
Daar wonen twee tooveresjes.
Wat aten ze daar? Kaas en brood,
Zoete melk en wittebrood,
Al met een zilver lepeltje,
Al uit een zilver kommetje.
Koei's poot, paard's poot,
Nog eenen snok,
En laat ze dan maar vliegen.
Schippertje oudt er je toutertje vast,
Dat je niet in de kaaie valt;
Al in de kaaie daar lag een sloot,
Daar waren twee arme schippertjes dood.
Die wouen gaan varen naar Bresjes
Daar wonen twee tooveresjes.
Wat aten ze daar? Kaas en brood,
Zoete melk en wittebrood,
Al met een zilver lepeltje,
Al uit een zilver kommetje.
Koei's poot, paard's poot,
Nog eenen snok,
En laat ze dan maar vliegen.
Beschrijving
Zeeuwsch kinderrijmpje
Bron
Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 90.
Commentaar
1934
Naam Overig in Tekst
Zeeuws   
Bresjes   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
