Hoofdtekst
SS: Ja, met die KMA daar heb je natuurlijk de de geschiedenis van hoe is het ontstaan. En ik noem altijd als eerste bewoner, niet van het huidige kasteel, maar van de donjon die daar ooit gestaan heeft, eh de eerste asielzoeker in Brabant en dat was Jan II van Polanen, die had ’t eh die kwam uit ‘t geslacht eh Wassenaar eigenlijk. Die hadden een eh kasteel in Monster, in ’t Westland, men had met de Hoekse en Kabeljauwse twisten ’t behoorlijk aan de stok gekregen met uhm de Hollanders zeg maar en die ging dus naar Brabant en kreeg van de rechter de stad en heerlijkheid Breda, nou kreeg hij heeft het betaald, want ’t was een s … een uhm puissant [niet goed verstaanbaar] rijk figuur. En die is hier begonnen, kijk en dan ga je dus ‘t verhaal vertellen van het turfschip bijvoorbeeld. Wat veel later is natuurlijk, dan praat je over 1590. En dan krijg je ’t beruchte verhaal, dat is wel leuk, van dat Spanjaardsgat.
RK: En hoe vertelt u dat? Want eh ...
SS: Nou ja, als je daar dus rondloopt en dan sta je op een gegeven moment op ’t kasteel, of buiten het kasteel voor die twee torens met dat, met die poort ertussen die waterpoort. Dan vertel je ’t verhaal. Ja wat was dr aan de hand? Maurits wilde eigenlijk Breda veroveren. ’t Probleem was dat 't Bredase kasteel dat werd bewoond door Spanjaarden en toen ja, 't waren niet alleen Spanjaarden, maar ook Italiaanse huurlingen. Nou, dat betekende dus eh zomaar 't kasteel binnenvallen dat ging niet, althans, en dat is het nog steeds, in zekere mate echt een, een sterke burcht. En toevalligerwijs was er toen een eh turfschipper, Adriaan van Bergen uit Etten-Leur, en die bracht elke veertien dagen een lading turf vanuit Zevenbergen via de rivier de Mark naar het kasteel in Breda. En Maurits die kreeg met hem contact en van Bergen zei: "Nou, ik breng wel turf, maar ik kan natuurlijk onder die turf best een man of 70 aan eh militaire figuren opbergen." Dus, nou zo gebeurde het. Eh, hij voer van Zevenbergen richting Breda, alleen het probleem was dat eh ze een tijdje lang vastliepen, 't schip sloeg lek en die 70 soldaten die gingen aan 't hoesten. Dat moet je natuurlijk net niet hebben als je geheimzinnig het kasteel wil binnenkomen. Het gevolg was dat ze dus even buiten het kasteel hebben gelegen een tijdje en eh dr werd hevig gepompt aan boord van het schip, zodat dat flink lawaai maakte, dat dat die hoestende soldaten niet te horen waren, die overigens onder leiding stonden van Charles de Héraugière. En, nou op een gegeven moment gaan ze dan toch het kasteel binnen, niet via die waterpoort, want die was er nog niet. Maar in hele oude geschiedenisboeken vind je nog steeds dat het turfschip via het Spanjaardsgat het terrein opvoer. Maar het probleem is dat het verhaal dat ik vertelde deed zich voor in 1590 en dat Spanjaardsgat, dus die waterpoort is pas in 1610 gemaakt. Dus ze zijn op een hele andere plek het kasteel binnengevaren en wij laten ook zien waar het schip dan afgemeerd is; bijna tegen de kasteelmuur aan. Dat gebeurde en uhm het was Vastenavond, dinsdag voor Carnaval of dinsdag van Carnaval, die eh Spanjaarden en die eh Italianen die hadden zich letterlijk een deuk gezopen, dus die wisten eigenlijk niet meer of dat nou spoken waren of soldaten. Toen ze uit het schip kwamen, toen dachten ze echt dat 't spoken waren, dus ze smeerden 't m via de Stadhouderspoort, de stad in. En 't kasteel was in handen van Maurits. Nou dat is 't verhaal van het turfschip.
Onderwerp
SINSAG 1231 - Das Pferd von Troja.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
KMA   
Jan van Polanen   
Hoekse   
Kabeljauwse   
Hollanders   
Spanjaarden   
Adriaan van Bergen   
Italiaanse   
Charles de Héraugière   
Maurits   
Italianen   
Naam Locatie in Tekst
Wassenaar   
Monster   
Westland   
Breda   
Zevenbergen   
Etten-Leur   
Spanjaardsgat   
Stadhouderspoort   
Mark   
Plaats van Handelen
Breda   
