Hoofdtekst
No. 252. Nadat keizer Otto IV gestorven was (in 128) keerde zijn weduwe Maria, de dochter van den hertog van Brabant, terug naar haar land en ging te Helmond wonen op het kasteel.
Zij hield zeer veel van de jacht; dit was zelfs bijna de oorzaak van haar dood, want toen ze eens uitgereden was langs de oevers van de Aa sloeg haar muilezel op hol en geraakt in een uitgestrekt moeras. Weldra begon de weeke grond weg te zinken. In doodsangst riep de keizerin: "O God, ik bin d'r in", en zij beloofde hier een Mariaklooster te bouwen, als zij uit het moer mocht gered worden.
Op hetzelfde ogenblik werd het slijk hard onder de pooten van het dier en behouden bereikte zij, met haar dienaar, een Moor, den vasten grond.
Toen 't bleek dat de moerassige grond niet geschikt was voor den bouw heeft Maria de plaats aangeduid waar het klooster gebouwd moest worden.
Op een avond dat de keizerin bad om de wil van den H. Maagd te vernemen, wierp ze een blik uit het venster van het slot en zag neer op een hoog veld bij de Aa, dat bijna geheel door de rivier was omsloten. En daar togen vier en twintig Cisterciënsernonnen in haar blank habijt, gevolgd door zes jonkvrouwen, langzaam rondom den donk. *)
Daar bouwde men het klooster, en als herinnering aan de wondere redding noemde men het "Bin-d'r-in", Binderen.
Anderen leidden den naam af van de ligging van het convent binnen de Aa.
Zij hield zeer veel van de jacht; dit was zelfs bijna de oorzaak van haar dood, want toen ze eens uitgereden was langs de oevers van de Aa sloeg haar muilezel op hol en geraakt in een uitgestrekt moeras. Weldra begon de weeke grond weg te zinken. In doodsangst riep de keizerin: "O God, ik bin d'r in", en zij beloofde hier een Mariaklooster te bouwen, als zij uit het moer mocht gered worden.
Op hetzelfde ogenblik werd het slijk hard onder de pooten van het dier en behouden bereikte zij, met haar dienaar, een Moor, den vasten grond.
Toen 't bleek dat de moerassige grond niet geschikt was voor den bouw heeft Maria de plaats aangeduid waar het klooster gebouwd moest worden.
Op een avond dat de keizerin bad om de wil van den H. Maagd te vernemen, wierp ze een blik uit het venster van het slot en zag neer op een hoog veld bij de Aa, dat bijna geheel door de rivier was omsloten. En daar togen vier en twintig Cisterciënsernonnen in haar blank habijt, gevolgd door zes jonkvrouwen, langzaam rondom den donk. *)
Daar bouwde men het klooster, en als herinnering aan de wondere redding noemde men het "Bin-d'r-in", Binderen.
Anderen leidden den naam af van de ligging van het convent binnen de Aa.
Onderwerp
SINLEG 0032 - Prozession der Mönche (oder betender Mönch) in Voraussicht gesehen.   
Beschrijving
Maria, de weduwe van Keizer Otto IV, kwam tijdens een jachtpartij vast te zitten in een moeras. Ze bad tot Maria, en beloofde een klooster voor haar te bouwen als ze gered werd. Het moeras werd stevig en ze kon ontsnappen.
Ze wou daarop een klooster bouwen, maar uiteraard niet in het moeras. Maria gaf een teken waar het dan wel gebouwd moest worden: een verschijning van nonnen en jonkvrouwen rondom een donk in de Aa.
Ze wou daarop een klooster bouwen, maar uiteraard niet in het moeras. Maria gaf een teken waar het dan wel gebouwd moest worden: een verschijning van nonnen en jonkvrouwen rondom een donk in de Aa.
Bron
Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 203-204.
Commentaar
[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): III. Legenden of Christelijke Sagen; 2. Maria Legenden; c. Bouwlegenden.
Bronnen: Wichmans, Brab. Mar., III, cap. 21. Schutjes, Bisdom 's-Hertogenbosch, IV, 134.
Bronnen: Wichmans, Brab. Mar., III, cap. 21. Schutjes, Bisdom 's-Hertogenbosch, IV, 134.
Prozession der Mönche (oder betender Mönch) in Voraussicht gesehen.
Naam Overig in Tekst
Binderen   
Otto IV   
Maria   
Cisterciënser   
Cisterciënzer   
Bin-d'r-in   
Naam Locatie in Tekst
Helmond   
Aa   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
