Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINUTSAG001 - De Domkerk

Een sage (boek), 1938

Hoofdtekst

De Domkerk.

Bisschop Frederik besloot bij de Domkerk een toren te laten bouwen en liet daarom van overal de bouwmeesters komen om hem hun plannen voor te leggen. Onder de bouwmeesters was ook een zekere Thomas, die uit een dorp in Henegouwen kwam, een jonge man, die nog naam moest maken. Hij was verliefd op een jonkvrouw uit zijn streek, Maria van Ath, maar haar vader had zijn aanzoek afgewezen. Alleen als hem de bouw van den toren gegund werd, zou de vader zijn toestemming geven, twee jaar nadat de eerste steen gelegd was.
In het jaar 1320 trok de jonge man naar het Sticht. Te Antwerpen ontmoette hij een grijsaard, die met hetzelfde doel voor oogen naar Utrecht reisde en zich bekend maakte als een leerling van den meester der Straatburgsche domkerk. De vriendelijke oude man onvouwde hem zijn plannen, en met een oogopslag zag Thomas, hoeveel beter deze waren dan de zijne en bang, dat de opdracht hem ontgaan zou, vermoordde hij den oude bouwmeester.
Op St.Paulusdag van het jaar 1321 werd de eerste steen gelegd voor den toren, die naar Thomas' ontwerp gebouwd zou worden.

Doe men schreef MCCCXX en een
Leijt men van mij den eersten steen;
Daerna MCCC ende Twee en tachtig.
Was ic volmaect so men siet waerachtig.

Reeds waren de twee jaren bijna verstreken, en maakte Thomas voorbereidingen om naar Henegouwen te vertrekken, toen hij vernam dat Maria, in plaats van hem daar te wachten, de wijle had aangenomen en non geworden was. Een waarzegster had haar gezegd, dat haar minnaar alleen zijn heilig werk mocht liefhebben en enkel daarvoor mocht leven. Thomas dacht nu troost te vinden in zijn arbeid, maa altijd weer kwam hem de moord op den ouden man voor den geest...de moord, die tevergeefs was geweest. Door drinken trachtte hij die verlammende gedachte van zich te zetten, maar ook dat hielp niet en ten eide raad biechtte hij zijn misdaad aan een Dominicaner, die hem in den laten avond op straat vond. Deze gebood hem voor de rest van zijn leven boete te doen in het St. Paulusconvent. De voltooiing van het bouwwerk werd opgedragen aan zijner leerlingen, aan wien nog altijd de steen aan de westzijde van den Dom de herinnering bewaart:

Johan van den Doem was minen naem
Om toorne te bouwen aldus bequam
Heeft dese doen maecken in korten tijd
So sijn graft MCCC en V en tachtig ons syd.


Onderwerp

SINSAG 1020 - Andere Baumeistersagen.    SINSAG 1020 - Andere Baumeistersagen.   

Beschrijving

Een bouwmeester mag alleen met een meisje trouwen als hij een toren bij de Domkerk heeft gebouwd. Hij brengt een andere bouwmeester om en krijgt de opdracht, maar wanneer hij na twee jaar met het meisje wil trouwen blijkt dat ze non geworden is. Hij gaat boete doen en zijn leerlingen nemen de bouw over.

Bron

Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p. 3-4.

Commentaar

1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): 1. Utrechts' Oude Gebouwen, a. Kerken, Kloosters en Kapellen. Bronnen: Volksmond. Oude Divisie Conycke van Hollant, fol.83d. Ook andere kronieken en de stadsbeschrijvingen vermelden deze bekende sage. Zie ook van Lennep's novelle 'De Friesche Bouwmeester'.
Andere Baumeistersagen.

Naam Overig in Tekst

Frederik. Thomas    Frederik. Thomas   

St. Paulusdag    St. Paulusdag   

Sint Paulusdag    Sint Paulusdag   

Henegouwen    Henegouwen   

Maria van Ath    Maria van Ath   

het Sticht    het Sticht   

St. Paulusconvent    St. Paulusconvent   

de Dom    de Dom   

Johan van den Doem    Johan van den Doem   

Naam Locatie in Tekst

Antwerpen    Antwerpen   

Utrecht    Utrecht   

Straatburgsche domkerk    Straatburgsche domkerk   

de Domkerk    de Domkerk   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20