Hoofdtekst
Bisschop Frederik besloot bij de Domkerk een toren te laten bouwen en liet daarom van overal de bouwmeesters komen om hem hun plannen voor te leggen. Onder de bouwmeesters was ook een zekere Thomas, die uit een dorp in Henegouwen kwam, een jonge man, die nog naam moest maken. Hij was verliefd op een jonkvrouw uit zijn streek, Maria van Ath, maar haar vader had zijn aanzoek afgewezen. Alleen als hem de bouw van den toren gegund werd, zou de vader zijn toestemming geven, twee jaar nadat de eerste steen gelegd was.
In het jaar 1320 trok de jonge man naar het Sticht. Te Antwerpen ontmoette hij een grijsaard, die met hetzelfde doel voor oogen naar Utrecht reisde en zich bekend maakte als een leerling van den meester der Straatburgsche domkerk. De vriendelijke oude man onvouwde hem zijn plannen, en met een oogopslag zag Thomas, hoeveel beter deze waren dan de zijne en bang, dat de opdracht hem ontgaan zou, vermoordde hij den oude bouwmeester.
Op St.Paulusdag van het jaar 1321 werd de eerste steen gelegd voor den toren, die naar Thomas' ontwerp gebouwd zou worden.
Doe men schreef MCCCXX en een
Leijt men van mij den eersten steen;
Daerna MCCC ende Twee en tachtig.
Was ic volmaect so men siet waerachtig.
Reeds waren de twee jaren bijna verstreken, en maakte Thomas voorbereidingen om naar Henegouwen te vertrekken, toen hij vernam dat Maria, in plaats van hem daar te wachten, de wijle had aangenomen en non geworden was. Een waarzegster had haar gezegd, dat haar minnaar alleen zijn heilig werk mocht liefhebben en enkel daarvoor mocht leven. Thomas dacht nu troost te vinden in zijn arbeid, maa altijd weer kwam hem de moord op den ouden man voor den geest...de moord, die tevergeefs was geweest. Door drinken trachtte hij die verlammende gedachte van zich te zetten, maar ook dat hielp niet en ten eide raad biechtte hij zijn misdaad aan een Dominicaner, die hem in den laten avond op straat vond. Deze gebood hem voor de rest van zijn leven boete te doen in het St. Paulusconvent. De voltooiing van het bouwwerk werd opgedragen aan zijner leerlingen, aan wien nog altijd de steen aan de westzijde van den Dom de herinnering bewaart:
Johan van den Doem was minen naem
Om toorne te bouwen aldus bequam
Heeft dese doen maecken in korten tijd
So sijn graft MCCC en V en tachtig ons syd.
Onderwerp
SINSAG 1020 - Andere Baumeistersagen.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Frederik. Thomas   
St. Paulusdag   
Sint Paulusdag   
Henegouwen   
Maria van Ath   
het Sticht   
St. Paulusconvent   
de Dom   
Johan van den Doem   
Naam Locatie in Tekst
Antwerpen   
Utrecht   
Straatburgsche domkerk   
de Domkerk   
