Hoofdtekst
Jacoba van Beieren
Jacoba van Beieren heeft volgens de overlevering gewoond op 't slot te Zuilen. Den ouden, knoestigen moerbeiboom in het park heeft zij er met eigen hand geplant. Ook hield zij zich bezig met potten bakken. Bij het uitbaggeren van de grachten vond men wel eens dergelijke Jacoba-kannetjes.
De Jacoba-kannetjes, van gebakken aarde gemaakt, dienden om bepaalde vloeistoffen in te bewaren. Ze bestonden reeds voor Jacoba's tijd. Waar ze in voldoende getale uit kasteelgrachten te voorschijn gediept werden, bestaat de overlevering dat Jacoba ze in gevangenschap vervaardigde. Dat is onder meer het geval te Heusden, Egmond, Teylingen en Brederode. Men verhaalt ook wel, dat zij dronk om haar leed te vergeten en de leege kannetjes daarna, over haar hoofd, in de slotgracht wierp. Een rijm uit de zeventiende eeuw op zoo'n kannetje luidt:
Dit is Vrouw Jacobaas kannetje, gelooft,
Die hier maer eens uyt dronck,
Smeet het dan over 't hooft
In de vijver dat het sonck.
Jacoba van Beieren heeft volgens de overlevering gewoond op 't slot te Zuilen. Den ouden, knoestigen moerbeiboom in het park heeft zij er met eigen hand geplant. Ook hield zij zich bezig met potten bakken. Bij het uitbaggeren van de grachten vond men wel eens dergelijke Jacoba-kannetjes.
De Jacoba-kannetjes, van gebakken aarde gemaakt, dienden om bepaalde vloeistoffen in te bewaren. Ze bestonden reeds voor Jacoba's tijd. Waar ze in voldoende getale uit kasteelgrachten te voorschijn gediept werden, bestaat de overlevering dat Jacoba ze in gevangenschap vervaardigde. Dat is onder meer het geval te Heusden, Egmond, Teylingen en Brederode. Men verhaalt ook wel, dat zij dronk om haar leed te vergeten en de leege kannetjes daarna, over haar hoofd, in de slotgracht wierp. Een rijm uit de zeventiende eeuw op zoo'n kannetje luidt:
Dit is Vrouw Jacobaas kannetje, gelooft,
Die hier maer eens uyt dronck,
Smeet het dan over 't hooft
In de vijver dat het sonck.
Beschrijving
Op verschillende plaatsen zijn zogenaamde Jacoba-kannetjes gevonden waarvan gezegd wordt dat ze door Jacoba van Beieren gemaakt werden en ze vervolgens, na eruit te hebben gedronken, door haar in de slotgracht werden gegooid.
Bron
Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p.28
Commentaar
1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): 2. Persoonsagen. Bronnen: 1.Volksmond. 2. v.Lennep's ter Gouw, Opschriften, blz.16-17.
Naam Overig in Tekst
Jacoba van Beieren   
Jacoba-kannetjes   
Brederode   
Naam Locatie in Tekst
Zuilen   
Heusden   
Egmond   
Teylingen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
