Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINUTSAG023 - Jacoba van Beieren

Een sage (boek), 1938

Hoofdtekst

Jacoba van Beieren

Jacoba van Beieren heeft volgens de overlevering gewoond op 't slot te Zuilen. Den ouden, knoestigen moerbeiboom in het park heeft zij er met eigen hand geplant. Ook hield zij zich bezig met potten bakken. Bij het uitbaggeren van de grachten vond men wel eens dergelijke Jacoba-kannetjes.

De Jacoba-kannetjes, van gebakken aarde gemaakt, dienden om bepaalde vloeistoffen in te bewaren. Ze bestonden reeds voor Jacoba's tijd. Waar ze in voldoende getale uit kasteelgrachten te voorschijn gediept werden, bestaat de overlevering dat Jacoba ze in gevangenschap vervaardigde. Dat is onder meer het geval te Heusden, Egmond, Teylingen en Brederode. Men verhaalt ook wel, dat zij dronk om haar leed te vergeten en de leege kannetjes daarna, over haar hoofd, in de slotgracht wierp. Een rijm uit de zeventiende eeuw op zoo'n kannetje luidt:

Dit is Vrouw Jacobaas kannetje, gelooft,
Die hier maer eens uyt dronck,
Smeet het dan over 't hooft
In de vijver dat het sonck.

Beschrijving

Op verschillende plaatsen zijn zogenaamde Jacoba-kannetjes gevonden waarvan gezegd wordt dat ze door Jacoba van Beieren gemaakt werden en ze vervolgens, na eruit te hebben gedronken, door haar in de slotgracht werden gegooid.

Bron

Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p.28

Commentaar

1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): 2. Persoonsagen. Bronnen: 1.Volksmond. 2. v.Lennep's ter Gouw, Opschriften, blz.16-17.

Naam Overig in Tekst

Jacoba van Beieren    Jacoba van Beieren   

Jacoba-kannetjes    Jacoba-kannetjes   

Brederode    Brederode   

Naam Locatie in Tekst

Zuilen    Zuilen   

Heusden    Heusden   

Egmond    Egmond   

Teylingen    Teylingen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20