Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEGROOTL1

Een lied (mondeling), dinsdag 17 augustus 1999

HuugKlein.jpg
Op Loevestein.gif

Hoofdtekst

Op Loevestein woonde eens een man,
Het is reeds lang geleên,
Van wie zelfs vriend en vijand zei:
Zo knap is er niet een.
Maar ach, zijn knapheid hielp niet veel,
Hij had er weinig an,
Want nee, hij woonde daar niet als heer,
Maar als gevangen man.

Juist kwam de boekenkist op 't slot
Waar op stond: aan De Groot.
En weldra sprak zijn slimme vrouw:
Nu zijn we uit de nood.
Ze dragen jou in deze kist
Voor boeken uit het slot;
Je gaat voorlopig naar Parijs
En blijft daar buiten schot.

Maar nauwelijks was De Groot ontsnapt
Of daar kwam de cipier.
Hij maalde luid en schold geducht
En maakte veel getier.
Maar man, sprak toen mevrouw De Groot,
Wat zet je 'n boos gezicht?
Wees dankbaar, want jij had de huig,
En die heb ik gelicht.

Beschrijving

Verhalend lied over de ontsnapping van Hugo de Groot uit slot Loevestein in een boekenkist.

Bron

interview met Theo Meder en Marie van Dijk, 17 augustus 1999 (bandopname archief MI)

Commentaar

De laatste versregels zijn al te vinden in het in 1657 gepubliceerde gedicht over de ontsnapping door de Haagse dichter Jacob Westerbaen: "Gij had den Huigh, en dien heb ik gelicht". Het gevatte antwoord moet het vernuft van echtgenote Maria de Groot-Van Reigersberch nog eens onderstrepen.

Naam Overig in Tekst

Hugo de Groot    Hugo de Groot   

Loevestein    Loevestein   

Naam Locatie in Tekst

Parijs    Parijs   

Plaats van Handelen

Loevestein    Loevestein   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21