Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINUTSAG093 - St. Willebrord.

Een legende (boek), 1938

_46cc1817-6a17-42ad-8234-a1170138b778.jpeg

Hoofdtekst

Vol wrok had Radboud, nu een koning zonder land, zich teruggetrokken in zijn kasteel te Medemblik. Hij zag hoe vele Friezen, zelfs zijn eigen zoon, door Willebrord bekeerd werden en dat stemde hem niet tevredener. Zijn dienaren hoorden hem vaak 's nachts door de lange hallen en de donkere zalen loopen, in sombere gedachten verdiept, tot hij eindelijk de verlossende woorden sprak:
"Dat Willebrord mij doope!"
Willebrord kwam en met hem Wulfram, zijn gezel, en in het houten kerkje van Hoogwoude werd op een morgen alles gereedgemaakt voor de plechtigheid. Radboud reed dien morgen door vele krijgers vergezeld uit zijn burcht en trad op het vastgestelde uur het kapelletje binnen. De dienst begon. Reeds waren de gebeden, die den doop vooraf gaan, gesproken, reeds hadden de priesters de psalmen gezongen, toen Radboud het doopvont naderde en zijn eenen voet in het water stak....hij wachtte echter nog voor hij den tweede naast den eerste zette....
"Waar wacht ge op, heer Radboud?" vroeg hem Willebrord. De koning antwoordde: "Waar toch zijn de Friesche koningen, mijn voorvaderen, en de vele edelen die met mij waren als ik streed tegen de Franken." "Uw voorouders," hernam de bisschop, "branden in het eeuwige vuur, omdat zij zonder doopsel gestorven zijn." "En waarheen zal ik dan gaan?!"
"Gij zult met de christenen in het hemelrijk komen, nadat ik u gedoopt heb." "O bisschop," zeide toen koning Radboud, " 't is mij liever met mijn voorvaderen in de hel te branden dan met mijn vijanden, de Franken, den hemel te genieten!" En spijtig trok hij zijn voet uit het vont, sloeg zijn rooden mantel om en reed weg met zijn krijgers, zonder om te zien. Dit doopvont wordt nog steeds getoond in de kerk van Hoogwoude. *)

*) Het Goutsch Cronyncxken noemt uitdrukkelijk Utrecht als de plaats, waar Radboud gedoopt wou worden: "des soe quam hi tot Utrecht en de Sinte Willibrort souden doepen." Deze voorstelling is aannemelijk, omdat de Friezen niet ver vandaar, bij Dorestad door Karel Martel verslagen waren. Radboud zou dan begenadigd zijn, onder belofte van overgang tot het Christendom, ten einde door zijn voorbeeld de kerstening der Friezen te bevorderen.

Beschrijving

Koning Radboud wil zich uiteindelijk wel laten dopen, maar wanneer hij hoort dat hij dan niet bij zijn voorvaderen zal kunnen zijn wanneer hij sterft ziet hij er vanaf.

Bron

Utrechtsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie (1938), p. 96-97

Commentaar

1938
Valt onder hoofdstuk en titel(s): Legenden. 2. Heiligenlegenden. a. Utrechts Bisschoppen.
Bronnen: Behalve de geijkte Willebrordus literatuur: Alcuinus' leven van den heilige in proza; abt Thiofridus levensfragmenten en het standaardwerk van Kronenburg, werden vele sagenboeken uit Nederland en Luxemburg voor deze legendencyclus benut. (N.Gredt, Sagenschatz der Luxemburger Landes, Luxemburg 1885, S. 20, 27, 451, 501. Ed. de la Fontaine, Luxemburger Sagen und Legenden, Luxemburg 1882, s. 104, 149-150, 154. Sinninghe, Overijsselsch Sagenboek, 142-143, 223-224. Id., Limburgsch S., blz. 171-172, e.a.).

Naam Overig in Tekst

Radboud    Radboud   

Wulfram    Wulfram   

Hoogwoude    Hoogwoude   

Friesche    Friesche   

Goutsch Cronyncxken    Goutsch Cronyncxken   

Sinte Willibrort    Sinte Willibrort   

Dorestad    Dorestad   

Karel Martel    Karel Martel   

Christendom    Christendom   

Naam Locatie in Tekst

Medemblik    Medemblik   

Willebrord    Willebrord   

Franken    Franken   

Utrecht    Utrecht   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20