Hoofdtekst
"Dat Willebrord mij doope!"
Willebrord kwam en met hem Wulfram, zijn gezel, en in het houten kerkje van Hoogwoude werd op een morgen alles gereedgemaakt voor de plechtigheid. Radboud reed dien morgen door vele krijgers vergezeld uit zijn burcht en trad op het vastgestelde uur het kapelletje binnen. De dienst begon. Reeds waren de gebeden, die den doop vooraf gaan, gesproken, reeds hadden de priesters de psalmen gezongen, toen Radboud het doopvont naderde en zijn eenen voet in het water stak....hij wachtte echter nog voor hij den tweede naast den eerste zette....
"Waar wacht ge op, heer Radboud?" vroeg hem Willebrord. De koning antwoordde: "Waar toch zijn de Friesche koningen, mijn voorvaderen, en de vele edelen die met mij waren als ik streed tegen de Franken." "Uw voorouders," hernam de bisschop, "branden in het eeuwige vuur, omdat zij zonder doopsel gestorven zijn." "En waarheen zal ik dan gaan?!"
"Gij zult met de christenen in het hemelrijk komen, nadat ik u gedoopt heb." "O bisschop," zeide toen koning Radboud, " 't is mij liever met mijn voorvaderen in de hel te branden dan met mijn vijanden, de Franken, den hemel te genieten!" En spijtig trok hij zijn voet uit het vont, sloeg zijn rooden mantel om en reed weg met zijn krijgers, zonder om te zien. Dit doopvont wordt nog steeds getoond in de kerk van Hoogwoude. *)
*) Het Goutsch Cronyncxken noemt uitdrukkelijk Utrecht als de plaats, waar Radboud gedoopt wou worden: "des soe quam hi tot Utrecht en de Sinte Willibrort souden doepen." Deze voorstelling is aannemelijk, omdat de Friezen niet ver vandaar, bij Dorestad door Karel Martel verslagen waren. Radboud zou dan begenadigd zijn, onder belofte van overgang tot het Christendom, ten einde door zijn voorbeeld de kerstening der Friezen te bevorderen.
Beschrijving
Bron
Commentaar
Bronnen: Behalve de geijkte Willebrordus literatuur: Alcuinus' leven van den heilige in proza; abt Thiofridus levensfragmenten en het standaardwerk van Kronenburg, werden vele sagenboeken uit Nederland en Luxemburg voor deze legendencyclus benut. (N.Gredt, Sagenschatz der Luxemburger Landes, Luxemburg 1885, S. 20, 27, 451, 501. Ed. de la Fontaine, Luxemburger Sagen und Legenden, Luxemburg 1882, s. 104, 149-150, 154. Sinninghe, Overijsselsch Sagenboek, 142-143, 223-224. Id., Limburgsch S., blz. 171-172, e.a.).
Naam Overig in Tekst
Radboud   
Wulfram   
Hoogwoude   
Friesche   
Goutsch Cronyncxken   
Sinte Willibrort   
Dorestad   
Karel Martel   
Christendom   
Naam Locatie in Tekst
Medemblik   
Willebrord   
Franken   
Utrecht   
