Hoofdtekst
'Wenscht gij mij niet veel gelucks of weet gij niet dat ik sulcken heerlijcken ampt heb gekregen?' R. 'Ja, ik en wensch u veel gelucks, maer beklaegt gij mij den rouw niet?' R. 'Waerover?' R. 'Omdat ik (soo de regel vast gaet) soo een goeden vrient aen u sal verliesen.'
Beschrijving
Iemand vraagt een ander of hij hem niet veel geluk zal toewensen, omdat hij een nieuwe baan heeft gekregen. De ander reageert hierop door te vragen of hij hem dan niet beklaagt om zijn rouw, omdat hijzelf nu een goede vriend aan hem zal verliezen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20