Hoofdtekst
Seker Delvenaer in de treckschuyt sittende recht over een borgemeester van sijne stat, die mede na Leyden toevoer, raeckte op een praet die den borgemeester niet smaeckte, die daerover soo buyten maeten opstoof, dat hij tot 2 à 3 mael tegens desen Delvenaer (dien hij niet en kende) seyde: 'Je bent een geck.' R. 'Mijnheer, dat is mij soo dickwils van andere geseyt, maer ik hebbe haer noyt willen geloven, omdat het van mijn goede kennissen waeren, die ik meende dat het al lachende seyden. Maer nu mijnheer het selfde seyt, hoewel ik het bij mijn ziel niet aen selfs vinden kan, moet ik het tegens mijn danck geloven; Patientie, ik mag mij dan troosten en dencken dat het mijn geboorteplaets schult is.' R. 'Waer zijt gij dan vandaen?' R. 'Van Delft, mijnheer'.
Beschrijving
Een Delftenaar en de burgemeester van Delft voeren beiden met de boot naar Leiden. De beide mannen raakten, zonder van elkaar te weten dat ze uit Delft kwamen, in gesprek. Het stond de burgemeester totaal niet aan wat de Delftenaar zei en hij verklaarde hem voor gek. De Delftenaar was door zijn vrienden al vaker uitgemaakt voor gek, maar geloofde dit nooit. Nu geloofde hij wel dat hij gek was. De schuld hiervoor gaf hij aan zijn geboorteplaats. De burgemeester vroeg nu waar hij vandaan kwam en ontdekte dat ze alletwee uit Delft kwamen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Delftenaar   
Naam Locatie in Tekst
Delft   
Leiden   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
