Hoofdtekst
Du Sast, organist tot Haerlem, hoorde dat de son de heele werelt omliep. 'Neen', seyde hij, 'dat kan niet wesen, want ik heb se dickwils op haer laegste in den avond gesien en bemerckt dat sij daer noodsakelijk stuytte.' R. 'Hoe komt sij dan aen d'andere zijde van den hemel 's anderendaegs weer op?' R. 'Sij loopt deselfde weg weerom.' R. 'Dat souw men niet sien konnen?' R. 'Hoe duyvel woudt gij het sien? Sij doet het bij nagt.'
Beschrijving
Du Sast hoorde dat de zon rond de aarde bewoog, maar hij wilde dit niet geloven. Hij geloofde dat de zon op haar laagste punt vast komt te zitten en dan weer terug naar boven wandelt. Dit kan niemand zien, omdat het 's nachts gebeurt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Du Sast   
Naam Locatie in Tekst
Haarlem   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
