Hoofdtekst
Griet quam een schrickelijck gewelt voor het huys van de heer Doedijns maecken. Die, siende dat er geen reden hielpen, sette haer ten huyse uyt. R. 'Dat doet men aen geen eerelijcke luyden etc. Ick sal nu swijgen, maer laet ick eerst ten avondmael geweest zijn, ick sweer dat gij er dan nog anders van sult hooren.'
Beschrijving
Griet maakte stennis voor het huis van de heer Doedijns. De heer zag dat praten niet zou helpen en bracht haar naar huis. Hij zei dat ze eerlijke lui dit niet aan kan doen. Hij zal nu zwijgen en eerst gaan eten, maar daarna zal ze zeker nog van hem horen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Doedijns   
Griet   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
