Hoofdtekst
Een Spanjaerd seyde tegen een Portugees, die met hem in dispuyt was, over de waerdigheyt van de respective natiën: 'Wilt gij u bij ons vergelijcken, daer St. Pieter het hooft van de kerck een geboren Spanjaerd was?' R. 'Een Spanjaerd! Daer hebbe ick noyt van gehoort, maer ick ben versekert dat hij een Portugees was etc.' Daerop trecken sij aan 't wedden, en verblijven het aen den eerstkomenden dat juyst een Castiliaens edelman was. Daer de Portugees eerst op excipieerde, maar door sijn eygen compromis overtuygt zijnde, wiert den deciseur gebeden sonder aensien van persoonen of natie, den regten weg te gaen. R. 'Gij zijt het quijt, landsman, St. Pieter was een Portugees.' R. 'Wat 's datte?' R. 'Had hij een Spanjaert geweest, hij had zijn Heer niet versaeckt.'
Beschrijving
Een Spanjaard en een Portugees hebben een menigsverschil over het land van herkomst van Sint Pieter. De Spanjaard beweert dat hij een Spanjaard was, de Portugees dat het een Portugees was. Ze besluiten het te vragen aan de eerstvolgende die langs zal komen. Dit is een Castiliaans edelman. Hij beweert dat Sint Pieter wel een Portugees moet zijn geweest, want als hij een Spanjaard was geweest dan had hij zijn Heer nooit verzaakt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Spanjaard   
Portugees   
St. Pieter   
Heer   
God   
Naam Locatie in Tekst
Spanje   
Portugal   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
