Hoofdtekst
Een geselschap van mans en juffrouwen bijeen zijnde, zagen een onbekende juffrouw voorbij gaan. Yder vroeg wie die wa, maar niemand haar kennende, 'Se is, wie se is', zei er één, 'se is wel gemaakt en heeft een fraaye taille.' 'Is 't niet bedroeft', zei Van den Bembden, 'dat we onse taal, die zoo rijk is, geduurig met bastertwoorden mengen.' 'Wel hoe zoud gij dat dan in 't Duits zeggen?' vroeg desen. 'Ik zouw zeggen', antwoorde hij, 'die juffrouw, die daar verbij gaat, heeft een fraaye snee.'
Beschrijving
Een onbekende vrouw passeert een gezelschap mannen en vrouwen. Het gezelschap vroeg zich af wie ze was. Iemand zei: 'Ze is, wie ze is, ze is wel gemaakt en heeft een fraaie taille'. Hierop zei Van den Bembden dat het zo jammer was dat men de eigen taal zo verbasterde, waarop de ander weer vroeg hoe hij het dan in het Duits zou hebben gezegd. Antwoord: 'Die vrouw, die daar voorbij loopt, heeft een fraaie snee.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Duits   
Van den Bembden   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
