Hoofdtekst
Eén die een brantmerck hadde, keef met één die manck was en seyde: 'Wagt u voor diegeen die van Godt geteeckent sijn.' 'Ja, maer', seyde d'ander, 'wagt u noch veel meer voor diegeene die van de beul geteeckent sijn.'
Beschrijving
Iemand met een brandmerk had woorden met iemand die mank was. Hij zei dat de man op moest passen voor degenen die door God getekend zijn. De ander zei hierop nog meer op te moeten passen voor degenen die door de beul getekend zijn.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
