Hoofdtekst
Iemant ter biecht komende, die daer in lang niet geweest was, soo vraegde hem de biechtvader of hij in lang ter biecht niet geweest was, waerop hij antwoorde: ' 't Is soo lang dat het mij niet meer heugt.' De biechtvader vraegde voort of hij wel gevast hadt. 'Ja, al te veel', seyde hij, 'want ick heb eens acht dagen geweest sonder broodt.' De biegtvader vraegde: 'Soo gij 't gehadt hadt, sout gij 't wel gegeten hebben?' 'Ja ick, toch', antwoorde hij. 'Weet gij wel', seyde de biechtvader, 'dat Godt geen behagen heeft in dat gedwongen vasten?' 'Jawel', seyde hij, 'ick oock niet.'
Beschrijving
Na een hele lange tijd ging iemand weer eens biechten. De biechtvader vroeg hem of hij had gevast, waarop hij positief antwoordde en zei dat hij eens acht dagen zonder brood had gezeten. De biechtvader vroeg hem of hij wel wist dat gedwongen vasten God niet behaagde, waarop hij antwoordde dat hij dat zeker wist, het behaagde hem immers zelf ook niet.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
