Hoofdtekst
Een edelman die sijn boeren seer uytsooch, wiert van hun gebeden van sijn strackheyt een weynig te willen laten vallen. Anders konden sij niet staende blijven, maer moesten wanhopelijck wechloopen, waerop hij antwoorde: 'Lieve onderdanen, hebt noch een jaer gedult, want dan wil ik met u tegelijck wechloopen.'
Beschrijving
Enkele boeren vroegen een edelman, die hen uitbuitte, wat minder streng te zijn. Anders zouden ze zich niet staande kunnen houden en zouden ze weg moeten lopen. De edelman vroeg hen hierop nog een jaar vol te houden; hierna wil hij met de boeren tegelijk weglopen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20