Hoofdtekst
Een edelman trouwde een pachtersdochter om haer middelen. Cort daerna de walg van haer krijgende, vraegde hij haer hoeveel bonden stroo haer vader alle jaren ten behoeve sijner beesten most hebben, waerop sij seyde: 'Eer gij mij trouwde driehondert, en t'sedert driehondert en vijftich.'
Beschrijving
Een edelman trouwde met een pachtersdochter om haar rijkdom. Toen hij genoeg van haar kreeg vroeg hij hoeveel balen stro haar vader moest hebben voor zijn beesten. De dochter antwoordde: 'Voordat je met mij trouwde driehonderd en sindsdien driehonderdenvijftig.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20