Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG288

Een sage (boek), 1933

Hoofdtekst

No. 288. In het begin der 15e eeuw verscheen er jaarlijks op een Januari in de haven van Zevenbergen, dat toen aan zee lag, een meermin, die voorspelde dat de stad door een waterlvloed zou verzwolgen worden. Op den eersten dag van het jaar 1421 kwamen twee meerminnen, die vier-en-twintig uren lang gezongen hebben:

Zevenbergen zal vergaan,
Maar Lobbekenstoren zal blijven bestaan.

Maar de bewoners der handelsstad, die met goud en zilver omgingen, alsof het louter koper geweest was, lachten wat om die voorspelling. Maar wat gebeurde? In den donkeren nacht van 19 November kwam er plotseling uit het noordwesten een geweldige storm opzetten, die het water met groote kracht tegen de dijken sloeg, tot ze bezweken.
In dien St.-Elisabethsvloed werden 72 steden en dorpen weggespoeld, terwijl duizenden menschen verdronken. Ook Zevenbergen lag diep onder water.
Toen de morgen begon te dagen, voeren de menschen uit de buurt met hun bootjes den streek af, om te zien of er nog iets te redden viel, maar helaas, Zevenbergen bestond niet meer, alleen Lobbekenstoren stak uit de golven op. 2)

Onderwerp

SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes    SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes   

Beschrijving

Aan het begin van de 15e eeuw voorspelt een meermin jaarlijks dat de stad Zevenbergen zal vergaan door een watervloed. De bewoners nemen dit niet serieus en lachen er om. Uiteindelijk wordt de stad op 19 november 1421 toch getroffen door de St.-Elizabethsvloed, en wordt de stad weggevaagd. Alleen de Lobbekenstoren overleeft de vloed, zoals de meermin reeds had voorspeld.

Bron

Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 246-247.

Commentaar

[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): IV. Historische Sagen; 2. Profetieën; b. De Meerminne.
Noten: 2) Taxandria II, 309; Gommers in St. Geertruydtsbronne.
Historische toelichting door Sinninghe (No. 288-289): "In april 1427 viel de sterke vesting Zevenbergen, die de zijde van Jacoba van Beieren had gehouden, na een beleg van 3½ maand in handen van Filips van Bourgondië. De veroveraar deed de vestingwerken sloopen. Niets is daarvan overgebleven, zelfs de herinnering ervan is bij de bewoners uitgewischt, behalve de naam Lobbekenstoren, die nog voortleeft in het Lobbekenstorenslop en den daaraan grenzende Torenpolder. 't Is niet onwaarschijnlijk dat deze toren om de een of andere reden bij het sloopen der vesting is gespaard gebleven." 2) Taxandria II, 309; Gommers in St. Geertruydtsbronne.
Ter vergelijking (No. 287-296): K. ter Laan, "Prophecye van Jaarfke". (Groningen, 1931); K. ter Laan in E. V., IV, 97-99. Meermin profeteert (288-290): Wolf, N. S., No. 219, 224, 507-509, 565. Nellie v. Kol, Sagenboek, I, 36. E. V., III, 95. Cornelissen, N. Volkshumor, II, 256.
Die Prophezeiung des Meerweibes; Sie verkündet den Untergang der Hafenstadt (nachdem sie durch die Einwohner gefangen wurde).

Naam Overig in Tekst

Lobbekenstoren    Lobbekenstoren   

St.-Elisabethsvloed    St.-Elisabethsvloed   

St Elisabethsvloed    St Elisabethsvloed   

Sint Elisabethsvloed    Sint Elisabethsvloed   

Naam Locatie in Tekst

Zevenbergen    Zevenbergen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20