Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINBRABSAG289

Een sage (boek), 1933

Hoofdtekst

No. 289. De bewoners van Zevenbergen waren rijker dan de zee diep is. Alle klinken aan de deuren, alle grendels aan de vensters waren van goud; alle spijkers, al het keukengerei was van zilver. Hun rijkdom was niet te beschrijven, nog minder hun overmoed.
Toen geschiedde het dat er iederen nacht een meermin kwam aangevlogen, die zich neerzette op de toren van St. Lobbekenskerk en zong:

Zevenbergen zal vergaan
En Lobbekenstoren blijven bestaan.

Maar niemand lette op die voorspelling. Toen werd God het eindelijk moede, hen te waarschuwen. Eens, verhief zich 's nachts, een vreeselijk onweder, en schrikkelijken donder bolderde over de stad. De stad verzonk, alleen de toren stak uit het water omhoog.
Visschers, die daar voorbijvoeren, hebben vaak de van goud blinkende daken van Zevenbergen gezien. 3)

Onderwerp

SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes    SINSAG 0031 - Die Prophezeiung des Meerweibes   

Beschrijving

De bewoners van het rijke Zevenbergen worden iedere nacht door een vliegende meermin gewaarschuwd dat hun stad zal vergaan, maar niemand neemt de voorspelling serieus. Uiteindelijk komt de voorspelling uit en zinkt de stad onder water, met uitzondering van de Lobbekenstoren. De van goud blinkende daken van Zevenbergen worden nog steeds waargenomen door vissers in de omgeving.

Bron

Noord-Brabantsch Sagenboek/ J. R. W. Sinninghe. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie. - [1933], p. 247.

Commentaar

[1933]
Valt onder hoofdstuk en titel(s): IV. Historische Sagen; 2. Profetieën; b. De Meerminne.
Noten: 3) Wolf, N.S., No. 507.
Historische toelichting door Sinninghe (No. 288-289): "In april 1427 viel de sterke vesting Zevenbergen, die de zijde van Jacoba van Beieren had gehouden, na een beleg van 3½ maand in handen van Filips van Bourgondië. De veroveraar deed de vestingwerken sloopen. Niets is daarvan overgebleven, zelfs de herinnering ervan is bij de bewoners uitgewischt, behalve de naam Lobbekenstoren, die nog voortleeft in het Lobbekenstorenslop en den daaraan grenzende Torenpolder. 't Is niet onwaarschijnlijk dat deze toren om de een of andere reden bij het sloopen der vesting is gespaard gebleven." 2) Taxandria II, 309; Gommers in St. Geertruydtsbronne.
Ter vergelijking (No. 287-296): K. ter Laan, "Prophecye van Jaarfke". (Groningen, 1931); K. ter Laan in E. V., IV, 97-99. Meermin profeteert (288-290): Wolf, N. S., No. 219, 224, 507-509, 565. Nellie v. Kol, Sagenboek, I, 36. E. V., III, 95. Cornelissen, N. Volkshumor, II, 256.
Die Prophezeiung des Meerweibes; Sie verkündet den Untergang der Hafenstadt (nachdem sie durch die Einwohner gefangen wurde).

Naam Overig in Tekst

Lobbekenstoren    Lobbekenstoren   

God    God   

Naam Locatie in Tekst

Zevenbergen    Zevenbergen   

St. Lobbekenskerk    St. Lobbekenskerk   

Lobbekenskerk    Lobbekenskerk   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20