Hoofdtekst
Twee Westvalingers malcanderen in een ander lant ontmoetende, seyde d'één dat sijn vader gestorven was. D'ander vraegde hem hoelangh het al geleden was, waerop hij antwoorde: 'Drie maenden.' 'Is het al drie maenden', seyde d'ander, 'dat hij die reys aengenomen heeft, soo is hij nu al in den hemel.' 'Ja, Johan', seyde hij, 'daer is hij nu al, soo hij maer niet verder en is.'
Beschrijving
Toen twee mannen elkaar ontmoetten vertelde de één dat zijn vader drie maanden geleden gestorven was. De ander zei dat zijn vader dan nu wel in de hemel moest zijn aangekomen. Hij antwoordde daarop: 'Daar is hij al, als hij maar niet verder is.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Johan   
Westvalinger   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
