Hoofdtekst
Coning Louis, in 't harste van de winter iemant met een luchtich kleetje gekleet siende, seyde: ' 't Is wonder dat gij niet bevriest, want ick ben soo warm gekleet en heb evenwel noch koude.' Waerop d'ander antwoorde; 'Soo gij, Sire, al u kleeren aenhadt gelijck als ick, gij sout geen kou hebben.'
Beschrijving
Koning Louis zag in hartje winter iemand, die luchtig gekleed was. Hij sprak de persoon aan en zei dat het een wonder was dat hij niet bevroor, want de koning was zelf dik gekleed en had het nog steeds koud. De ander antwoordde: 'Als u alle kleding aantrok die u bezat, net als ik heb gedaan, dan zou u het niet koud hebben.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Louis   
Naam Locatie in Tekst
Sire   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
