Hoofdtekst
Iemant seyde tegen Gijsbert van Hoogenhoeck dat er noch een kint drie of vier gecomen was boven de thien die daer tot uwent sijn. 'Sout gij niet machtigh bang gesien hebben?' 'Neen, seyde hij, 'al waerender noch hondert gecomen, want ons huys is toch bedurven.'
Beschrijving
Iemand zei tegen Gijsbert van Hogenhoek dat er nog drie à vier kinderen bij de tien die zij al hadden, waren gekomen. 'Zou u daar niet bang van worden?' Antwoord: 'Nee, al waren er nog honderd gekomen, ons huis is toch al vernield.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Gijsbert van Hogenhoek   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
