Hoofdtekst
Een klopje op reys sijnde met een predicant en in de herberge met malcanderen etende, seyde: 'Dominé, ick breng het u.' 'Ick ben geen dominé', antwoorde hij. 'Wat sijt gij dan?', vraegde sij.' 'Ick ben', seyde hij, 'het hooft van mijne schaepen.' 'Wel, ick breng het u dan eens, schaepshooft', seyde sij.
Beschrijving
Een klopje was op reis met een predikant. Toen zij samen in een herberg gingen eten, zei zij: 'Dominee, ik breng u het eten.' De predikant zei: 'Ik ben geen dominee, ik ben het hoofd van mijn schapen.' Zij antwoordde: 'Dan breng ik het u, schapenhoofd.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Een klopje of een ‘geestelijk dochter’ was een, veelal ongehuwde, maagdelijke, katholieke vrouw, die in de tijd van de schuilkerken (na de reformatie) langs de deuren ging en hier aanklopte om leden van de kerk uit te nodigen voor een mis op een geheime plaats in een schuilkerk.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20