Hoofdtekst
Een jongeman van Vlaerdingen, iets willende vertellen van 'tgeen hij in Vranckrijck vreemts of kluchtichs gesien hadt, seyde: 'Doen ick in Vranckrijck was, was er een geck.' Een ander viel hem terstont in 't woort (eer hij half uyt vertelt hadt) en seyde: 'Dat is waer.' Hij dit merckende, seyde: 'Dat kont gij op mij niet appliceeren. Te Vlaerdingen sijn geen gecken, want doen sij er een comedie wilde speelen was er geen geck in de heele stat te vinden.' 'Doen waert gij in Vranckrijck', antwoorde d'ander.'
Beschrijving
Een jongen uit Vlaardingen wilde vertellen over iets vreemds dat hij in Frankrijk had gezien. Hij begon te vertellen: 'Toen ik in Frankrijk was, was er een gek.' Onmiddelijk werd hij door een ander onderbroken, die zei dat dit waar was. De jongen zei dat hij de gek niet kon zijn, omdat er in Vlaardingen geen enkele gek te vinden was toen die gezocht werd om in een komedie te spelen. De ander antwoordde: 'Maar toen was je in Frankrijk.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Vlaardingen   
Frankrijk   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
