Hoofdtekst
Als den tooren tot Lier afbrande door den blixem die daerin geslagen was en sommige seyden dat dit door 's duyvels bedrijf [was gekomen], soo seyde een gereformeerde die daer bij stont: 'Dat sijn maer praetjes, men siet niet dat de duyvel sulcx aen onse kercken doet.' 'Dat can wel sijn', seyde een catholyck, 'want waer heeft men oyt gesien dat iemant sijn eygen huys in brant heeft gesteecken?'
Beschrijving
De toren van Lier was afgebrand doordat de bliksem hier in was geslagen. Sommige meenden dat de duivel hier verantwoordelijk voor was. Een gereformeerde beweerde echter dat dit onzin was, omdat de duivel dit de gereformeerde kerken niet aandeed. Een katholiek reageerde hierop met de woorden: 'Dat kan wel eens waar zijn, want niemand steekt zijn eigen huis in brand.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Locatie in Tekst
Lier   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
