Hoofdtekst
Bij J8: „De jachtopziener –tevens „onbezoldigd rijksveldwachter”- M. v.d. S., kwam, samen met zijn collega H.F.R., in de vroege morgen terug van een surveillance in het Biesterveld, waar in die dagen de stropers zéér actief waren. Het was nog niet geheel licht toen zij de nietige en zeer afgelegen woning van vrouw J.B. wilden passeren. Zij kenden de bejaarde, zichzelf en haar omgeving verwaarlozende, vieze vrouw als een vreemde vogel, die zich vooral bezich hield met het verzamelen van kruiden en die bij ziekte wel door de keuterboeren en boerenknechts werd geraadpleegd. Zo waren de mannen hoogst verbaasd toen zij zagen dat de vrouw in het halfduister met emmers putwater doende was haar kleine ruiten aan de buitenzijde te reinigen…, te ontdoen, zo zagen zij nabijgekomen, van een witte, slijmerige substantie. De vrouw, daarover vriendelijk ondervraagd, verklaarde op mopperende toon, dat dit alles een gevolg was van het onheuse en sikkeneurige gedrag van de kabouters die zich ophielden in de omgeving van haar stulp. Af en toe tracteerde zij deze balorige kereltjes namelijk op lammetjespap met basterdsuiker, teneinde hen te vriend te houden. Echter: wanneer de pap – ’s avonds in een schaal gedaan en op een omgekeerd kistje buiten gezet- hen niet beviel, smeten zij de tractatie tegen de deur of tegen de kleine ramen van het huisje. Zo was het ook die nacht weer geschied en de vrouw wilde deze sporen van plaagzucht verwijderen vóór eventuele voorbijgangers de verontreiniging zouden zien…. De jachtopziener H.F.R. had tijdens het gesprek met de vrouw ongezien een hoeveelheid van de witte substantie in zijn lege tabaksdoos weten te verzamelen en bracht dit nog de zelfde dag bij de apotheker in de nabijgelegen stad, met het verzoek een analyse te maken. Verbaasd verklaarde de pillendraaier later, dat het lammetjespap met veel suiker en veel „ongare klonten” was, maar geen andere bestanddelen bevatte”…. Nadere gegevens: Aant. 1939, fol. 425d (JHWE., sub IV).
Beschrijving
Een jachtopziener en zijn collega kwamen na een nacht werk langs de afgelegen woning van een vrouw, die bekend stond zichzelf en haar omgeving te verwaarlozen. Deze vrouw was in het halfduister haar ramen aan het ontdoen van een witte substantie. Toen de twee mannen vroegen wat dit was, antwoordde de vrouw dat zij regelmatig lammetjespap voor de kabouters neerzette om hen te vriend te houden. Dit keer hadden zij de pap niet lekker gevonden en hem tegen de ramen gegooid. De jachtopziener nam stiekem een deel van de substantie mee, liet dit onderzoeken en wat bleek: het was lammetjespap met veel suiker en grote, ongare klonten
Bron
J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.
Commentaar
1939
Zie onder 'Beeld' voor afbeeldingen van pagina's uit het manuscript.
Naam Overig in Tekst
M. v.d. S.   
H.F.R.   
J.B.   
Naam Locatie in Tekst
Biesterveld   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
