Hoofdtekst
Gradus van de Pol zegt de kabouters te ontmoeten ten noorden van het kanaal Almelo-Nordhorn en vooral in de streek rondom de bij dat kanaal gelegen Hunenborg, welk gebied hij begrenst door het kanaal te noemen en Albergen, Reutem, de Kuiperberg, Ootmarsum en Tilligte. Die kabouters bestáán, zegt hij „zo zeker als er een god bestaat”, „al zal dat dan niet de onze-lieve-heer van de vromen zijn”…. Hij, van de Pol, „ziet ze”, „klein”, „zo’n anderhalve turf hoog”, eenvoudig, ouderwets gekleed in een soort „bruinige” –soms „groenige”- „kiel” met „een riem om het middel”. Ze dragen een puntmutsje en een wijde broek. De meeste kabouters hebben een „wat wilde”, „ruige” baard en vrij lange haren. Hij zag ze wel „op blote voeten”, „gekgenoeg ook bij koud weer”, maar meestal dragen ze vrij hoge laarsjes, waarin ze dan de pijpen van de broek stoppen. „Alles veel eenvoudiger en soberder dan bij tuinkabouters”. „’t Lijken kwieke kereltjes”, maar, aldus Gradus, „ze bewegen zich rustig”, „een beetje behoedzaam”, vaak „staan ze maar wat te kijken” en Van de Pol zegt nimmer een zittende of liggende kabouter te hebben gezien. Soms „verschijnen ze ineens”, „als uit het niets”, „uit een wazigheid” en „zo verdwijnen ze ook vaak weer” en lijkt het „of er een soort wolkje, een vage plek, achterblijft”. Van de Pol zegt nooit dichter bij zo’n kabouter te zijn geweest dan „een meter of tien, vijftien”, maar hij „heeft scherpe ogen” en „wéét wat hij ziet”…. Een poging om in nader contact met zo’n kabouter te komen ondernam hij nimmer, dat „zou hij niet durven”. Ze maken, zo vindt Gradus, ook allerminst een vriendelijke indruk, en „wanneer ze toevallig in je richting kijken, dan doen ze sacherijnig”…. Buitendien, zo meent Van de Pol, zijn het „een soort geesten”, „aardgeesten” en daar „heb je als mens niks mee te maken”, „da’s een andere wereld”….
Met andere mensen – of met z’n „maats”- spreekt Van de Pol, naar hij zegt, zelden over zijn oppervlakkige ontmoetingen met die „stille kereltjes”, z’n maats „zouden hem niet geloven”, „hem voor gek verklaren” en hem „er mee pesten”…. Met „meneer Reuvekamp” (mijn „tipgever”. JHWE.) kreeg hij „een gesprek”, doordat deze een „antiek horloge” van hem kocht, op de achterkant waarvan een afbeelding van „een tuinkabouter” was aangebracht.-
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Scholten   
Almelo-Nordhorn   
Hunenborg   
Reutem   
Kuiperberg   
Reuvekamp   
Naam Locatie in Tekst
Deventer   
Almelo   
Nordhorn   
Albergen   
Ootmarsum   
Tilligte   
