Hoofdtekst
Bij §1, Aant. 1960, sub 133B-III: ,,In het volksgeloof keert de conceptie van incubus en succubus terug in de vorm van de nachtmerrie". ,,Men geloofde dat de nachtmare een bovennatuurlijk wezen was dat 's nachts de mensen in hun slaap kwam kwellen door boven op hen te gaan liggen. De naam van de mare, die ook paarden bereed, is in de volksetymologie tot de merrie verbasterd. Afweermiddelen waren ijzer, maretakken -die hun naam eraan danken dat zij zich op bomen vastzetten zoals de mare op haar slachtoffers - en ook wel bezweringsformules".-
Bij §1a:,,Oh maar, gij lelijk dier,/ Kom toch deze nacht niet hier./ Alle waters zult gij waaien/ Alle bomen zult gij blaaien/ Alle spieren gerst zult gij tellen,/ Kom mij toch deze nacht niet kwellen. [waaien = waden, blaaien = ontbladeren]. (M.K.). Zie J5.
Bij §1a:,,Oh maar, gij lelijk dier,/ Kom toch deze nacht niet hier./ Alle waters zult gij waaien/ Alle bomen zult gij blaaien/ Alle spieren gerst zult gij tellen,/ Kom mij toch deze nacht niet kwellen. [waaien = waden, blaaien = ontbladeren]. (M.K.). Zie J5.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
De nachtmare is een bovennatuurlijk wezen dat 's nachts de mensen in hun slaap komt kwellen door boven op hen te gaan liggen. Ook berijdt de mare paarden. Afweermiddelen zijn ijzer, maretakken en bezweringsformules.
Bron
J.H.W. Eldermans, Aardgeesten, Gnomen, Kabouters, etc.. Restanten no. 16B. Een handgeschreven, ongepubliceerd manuscript. Manuscript eigendom van het Museum of Witchcraft, Boscastle, Cornwall, UK.
Commentaar
1960
Zie onder 'Beeld' voor een afbeelding van de pagina uit het manuscript.
Mensch von Mahr beritten. TM 3108; Nachtmerrie berijdt paard
Naam Locatie in Tekst
M.K.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
