Hoofdtekst
Eenige kooplieden, die onderwegen haer gelt was afgeset, gingen aen de lantvorst klaegen, die haer vraegde: 'Hadt gij oock die kleederen aen doen gij gespolieert wiert?' 'Ja', antwoorden sij. Waerop hij seyde: 'Soo en sijn het mijne soldaten niet geweest, want die sijn gewoon de lieden naeckt uyt te schudden.'
Beschrijving
Enkele kooplieden, die onderweg zijn beroofd, doen hun beklag bij de vorst. Deze vraagt ze of ze de kleren die ze nu dragen ook aanhadden toen ze beroofd werden. Als ze hierop bevestigend antwoorden zegt hij dat het zijn mannen niet kunnen zijn geweest, omdat die gewend zijn de mensen helemaal uit te kleden.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20